Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.De strafzaak en de ontnemingszaak
4.Het eerste en tweede middel
voorzitterdeelt mee:
raadsmanmee geen opmerkingen te hebben in de ontnemingszaak van betrokkene.”
Mr. Schuurmanvoert het woord tot verdediging in de zaak van veroordeelde
[betrokkene 1]en deelt mee:
Verzoek horen [getuige 2]
nietin de ontnemingszaak.” Hierop voortbordurend wordt betoogd dat het hof ten onrechte geen beslissing heeft genomen op het verzoek (‘deelklacht II’), althans dat het hof een beslissing heeft genomen op dezelfde gronden als in de strafzaak, die onbegrijpelijk is (‘deelklacht III’).
Deze bijstelling is ook in ontnemingszaken van betekenis, maar alleen indien en voor zover het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan in verband met een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan. Als het getuigenverzoek is gedaan in verband met een andere beslissing, zoals de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt onverminderd dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, mede in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing. (Vgl. HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1749.)” [7]
5.Het derde middel
23.De [getuige 3] , wonende aan [b-straat 1] te [plaats] ”
22.t/m 24. [betrokkene 1] , [getuige 3] en [betrokkene 3]
Getuige 21 t/m 28 ziet op medeverdachten criminele organisatie.
Getuigenverzoeken
NJ2022/231 m.nt. Jörg moeten vaststellen wat er in dat eerdere verhoor aan de orde is geweest.
NJ2022/231 m.nt. Jörg in dit geval niet op aangezien de getuigen in die zaak alleen in de strafzaak en dus juist niet (ook) in de ontnemingszaak waren gehoord. Het voorgaande brengt mijns inziens mee dat het hof niet hoefde vast te stellen wat van hetgeen in het verhoor van [getuige 3] bij de rechter-commissaris in aanwezigheid van de verdediging aan de orde is geweest specifiek van belang is voor de ontnemingszaak.
6.Het vierde middel
Handel in hennep
7.Het zesde middel
Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
8.Het zevende middel
Redelijke termijn
NJ2015/445 oordeelde dat het rechtsgevolg dat het hof aan de overschrijding van de redelijke termijn had verbonden, niet onbegrijpelijk was, terwijl de overschrijding van de redelijke termijn in dat geval aanzienlijk ernstiger was dan in de onderhavige zaak en het ontnemingsbedrag met 0,2% was verminderd. [32] Ook in dat opzicht is de vermindering met ruim 0,085% in onderhavige zaak mijns inziens niet onbegrijpelijk gelet op de aanzienlijk geringere overschrijding van de redelijke termijn daarin. Van belang is bovendien dat het door een termijnoverschrijding voor de betrokkene veroorzaakte nadeel niet recht evenredig toe- of afneemt naarmate het te ontnemen bedrag hoger of lager is.
9.Het achtste middel
Verbeurdverklaring
3 airco’s van het merk Airwell (nummer 1 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), welke voorwerpen net als de voorwerpen van nummers 2 t/m 4 ook in de zaken van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] verbeurd zijn verklaard, € 5.000, - van € 15. 000,-;
3 airco’s van het merk Nagano (nummer 2 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 5.000,- van € 15.000,- ;
12 airco’s (nummer 3 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 20,000,- van € 60.000;
1 palletwagen van het merk Papro (nummer 4 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 3.333,33 van € 10.000,-;
1 Mercedes Benz R350 met [kenteken] (nummer 5 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 26.000,-;
€ 739.100,- (nummer 6 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
€ 9.150,- (nummer 7 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
€ 76,01 (nummer 8 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018); welk bedrag net als de bedragen onder de nummers 9 t/m 12 ook onder [betrokkene 3] en [betrokkene 2] verbeurd zijn verklaard. Dit maakt dat telkens een derde in mindering zal worden gebracht, € 25,34;
€20.000,- (nummer 9 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 6.666,67;
€6.000,- (nummer 10 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), €2.000,-;
€ 21.245,- (nummer 11 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 7.081,67;
€ 3.370,- (nummer 12 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), €1.123,33;
1 chalet (nummer 15 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 20.000,-;
1 heftruck (nummer 16 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), welk voorwerp net als de voorwerpen onder de nummers 17 t/m 19 en 24 ook in de zaken van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] verbeurd zijn verklaard, € 1.166,67 van € 3.500, -;
1 zaagmachine (nummer 17 beslaglijst d.d, 2 oktober 2018), €500,- van € 1.500,-;
1 zaagmachine (nummer 18 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 316.67 van € 950,-;
1 freesmachine (nummer 19 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 150,- van € 450,-;
1 vordering ter hoogte van € 66.046,52 op de ING-rekening van [A] (nummer 24 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018), € 22,015,51;
€ 224. 700,- (nummer 25 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
€115.000,- (nummer 26 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018).
Inbeslaggenomen voorwerpen
1 palletwagen van het merk Papro (nummer 4 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
66 kuub gereedschapswaren, waaronder airco’s, haspels, ventilatoren, kachels, lampen en diversen (nummer 27 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
96 kuub medicamenten (hennepafval/hulpmiddelen, zijnde filters, afzuigers, steenwol, waterton en pvc-ringen (nummer 28 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
22 kuub aluminium, bestaande uit onder meer t-stukken, ringen, flensen, kettingen en een palletwagen (nummer 29 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
30 kuub kunststof onder meer zijnde emmers, potten, ibc’s, stekbakken en koppelstukken (nummer 30 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
11 kuub kweektenten met bijbehoren (nummer 31 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018);
30 kuub voedingsmiddelen (nummer 32 beslaglijst d.d. 2 oktober 2018).
NJ2016/283 m.nt. Reijntjes overwogen dat uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 31 maart 2011 tot verruiming van de mogelijkheden tot voordeelsontneming wederrechtelijk verkregen voordeel, [33] volgt dat aan een veroordeelde ook wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen door verbeurdverklaring van voorwerpen die kunnen worden beschouwd als opbrengst van een strafbaar feit. Wanneer in een dergelijke situatie ook een ontnemingsmaatregel wordt opgelegd moet de waarde van het onder de betrokkene in beslag genomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde voorwerp in mindering worden gebracht op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting. [34] Het gaat er hierbij om dat “door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel feitelijk aan hem komt te ontvallen” door een verbeurdverklaring. [35] De ratio hiervan is het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel. [36] Deze strekt tot herstel in de toestand waarin de betrokkene zou verkeren als hij niet van de strafbare feiten zou hebben geprofiteerd. [37] Dit brengt mee dat de opbrengst van een strafbaar feit niet twee keer mag worden afgenomen.
meerdereveroordeelden (telkens) geheel verbeurd zijn verklaard”. Volgens de steller van het middel had het hof ofwel in iedere zaak slechts een aandeel moeten verbeurdverklaren, ofwel in één zaak de voorwerpen in zijn geheel moeten verbeurdverklaren.