Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2.2. Feiten
3.Geschil in hoger beroep
- of met betrekking tot de jaren 2005 t/m 2007 sprake is van een nieuw feit dan wel kwader trouw op basis waarvan kan worden nagevorderd;
- of de activiteiten waarvoor belanghebbende - als beschreven onder 12 van de rechtbankuitspraak - strafrechtelijk is veroordeeld, voor zover die geleid hebben tot in de (navorderings)aanslagen begrepen inkomen - een bron van inkomen voor belanghebbende vormen;
- of belanghebbende in de onderhavige jaren niet de vereiste aangifte heeft gedaan (zodat sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast);
- of belanghebbende overtuigend heeft aangetoond dat de aanslagen voor een te hoog bedrag zijn vastgesteld;
- of de aanslagen berusten op een redelijke schatting;
- of sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel;
- of de boetes dienen te worden vernietigd dan wel te worden verminderd; en
- of de door de rechtbank voor de onderhavige zaken toegekende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van in totaal € 5.500 te laag is.
4.Het oordeel van de rechtbank
Vooraf
5.Beoordeling van het geschil
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de vergrijpboetes;
- verklaart de beroepen gegrond voor zover deze betrekking hebben op de vergrijpboetes;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de vergrijpboetes;
- vermindert de vergrijpboetes tot op 10% van de boetegrondslag; en
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 1.536.