ECLI:NL:GHAMS:2025:383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Effectenlease: geen dwaling bij optieconstructie en zorgplicht geschonden bij onaanvaardbare financiële last
Deze zaak betreft twee effectenleaseovereenkomsten tussen afnemer en Dexia. Het hof stelt vast dat de bewoordingen van de leaseovereenkomst ondubbelzinnig zijn en dat er geen sprake is van dwaling omtrent de optieconstructie waarbij aandelen tegen een vooraf bepaalde koers worden ingekocht. De inherent aan aandelen verbonden koersrisico's waren kenbaar en Dexia heeft niet onrechtmatig gehandeld door de overeenkomst uit te voeren.
Het hof bevestigt dat Dexia een tweeledige zorgplicht heeft: het waarschuwen voor het risico van een restschuld en het toetsen van de financiële draagkracht van de afnemer. Bij leaseovereenkomst nummer 1 is vastgesteld dat deze een onaanvaardbaar zware financiële last vormde, waardoor Dexia gehouden is twee derde van de restschuld en de betaalde rente, aflossing en kosten te vergoeden.
De restschuld bij leaseovereenkomst nummer 2, waarbij afnemer de aandelen heeft overgenomen, wordt als fictief beschouwd en niet toegerekend aan Dexia, aangezien dit voortvloeit uit de eigen keuze van afnemer. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt partijen tot wederzijdse betaling van bedragen op basis van een financiële berekening, waarbij afnemer tevens een bedrag van € 9.261,37 aan Dexia moet betalen. De proceskosten in eerste aanleg worden gecompenseerd, en afnemer wordt veroordeeld in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Dexia tot betaling van twee derde van de restschuld en kosten, wijst dwalingsvordering af en bepaalt wederzijdse betalingsverplichtingen op basis van berekening.