Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft een hoger beroep in een effectenleasegeschil tussen Dexia Nederland B.V. en afnemers die een leaseovereenkomst met Dexia waren aangegaan. De afnemers stelden dat de leaseovereenkomst een onaanvaardbaar zware financiële last voor hen vormde en dat Dexia haar zorgplicht had geschonden. Tevens werd betoogd dat sprake was van bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden door een tussenpersoon.
Het hof nam de feiten van de kantonrechter over en oordeelde dat er geen sprake was van dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. De beweringen van afnemers over bedreiging en bedrog door de tussenpersoon werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en strijdigheid met de feiten. De zorgplicht van Dexia werd getoetst aan vaste jurisprudentie, waarbij het hof concludeerde dat Dexia niet onrechtmatig had gehandeld.
Voor de beoordeling van de financiële last hanteerde het hof de zogenaamde hofformule. De berekeningen van partijen werden beoordeeld, waarbij werd vastgesteld dat de afnemers ten onrechte ziekenfondspremies hadden afgetrokken van het inkomen. Correctie hiervan leidde tot de conclusie dat er geen onaanvaardbaar zware financiële last bestond.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde partijen tot betaling aan elkaar van bedragen volgens een financiële berekening, waarbij Dexia een bedrag aan afnemers dient te betalen indien uit de berekening blijkt dat zij dit verschuldigd is, en afnemers een bedrag aan Dexia indien dat uit de berekening volgt. Tevens werd afnemers veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 5.442,46 plus wettelijke rente aan Dexia. De proceskosten in eerste aanleg werden gecompenseerd, terwijl afnemers werden veroordeeld in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt partijen tot betaling van bedragen volgens berekening, waarbij Dexia een bedrag aan afnemers dient te betalen en afnemers € 5.442,46 plus rente aan Dexia.