Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- de akte uitlaten producties van Dexia.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft zeven effectenleaseovereenkomsten tussen Dexia en de afnemer, tot stand gekomen via een tussenpersoon zonder vereiste vergunning. De kernvraag is of de tussenpersoon vergunningplichtig heeft geadviseerd en of Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig handelde en de schade van de afnemer volledig moest vergoeden. Dexia stelde in hoger beroep dat de vordering verjaard was en dat de tussenpersoon niet vergunningplichtig had geadviseerd, en dat Dexia dat niet wist of behoorde te weten.
Het hof verwierp het verjaringsverweer omdat de afnemer tijdig stuitingshandelingen had verricht. Vervolgens stelde het hof vast dat de tussenpersoon als effectenbemiddelaar zonder vergunning handelde en dat Dexia bekend was met de gebruikelijke werkwijze van dergelijke tussenpersonen die vergunningplichtig adviseren. Dexia had onvoldoende concreet bewijs aangevoerd om daarvan af te wijken.
Het hof concludeerde dat de tussenpersoon in dit geval persoonlijk en gepersonaliseerd advies had gegeven, waarmee Dexia bekend was of had moeten zijn. Dexia had moeten navragen wat de aard van de betrokkenheid van de tussenpersoon was. Door dit na te laten, handelt Dexia onrechtmatig en blijft haar vergoedingsplicht volledig in stand.
De vorderingen van Dexia tot betaling en verklaring van voldoening werden afgewezen. Dexia werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de afnemer. Het bestreden vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van Dexia af, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.