Conclusie
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met de algemene en bijzondere voorwaarden als in het arrest omschreven en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof onder meer beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest is vermeld.
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 1 en 2 op de grond dat het hof deze telkens uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige, te weten de verklaring van [betrokkene 1] (feit 1) en de verklaring van [betrokkene 2] (feit 2).
voorin zaten”. [7] Ten slotte heeft het hof aangegeven ten aanzien van beide feiten steun te vinden in de verklaringen van [betrokkene 6] en van [betrokkene 4] , die verdachte hebben geconfronteerd met de “
klachten” van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , en voorts verklaren dat hen verdachtes ontkennende noch bevestigende (nerveuze) reactie opviel. Voor zover het middel beoogt te klagen over de redengevendheid van deze twee laatste verklaringen vanwege de ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte gegeven (alternatieve) verklaring voor zijn zenuwachtige gedrag, merk ik op dat de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal, behoudens bijzondere gevallen, geen nadere motivering behoeft. In het licht van hetgeen door de verdediging ter terechtzitting is aangevoerd, is het oordeel van het hof toereikend gemotiveerd.
tweede middelover de data met ingang waarvan de wettelijke rente is toegekend.
materiëleschade (zowel wat betreft de vordering van de benadeelde partij als wat betreft de maatregel van schadevergoeding) wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 december 2010 en niet vanaf het moment van ontstaan van deze kosten; het betreft reiskosten die zijn gemaakt
nahet delict.
niettot de toekenning van de wettelijke rente over de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het hof is daarvan ten gunste van de benadeelde partij afgeweken, zodat daartegen naar ik vermoed, anders dan bij de vorige deelklacht, in cassatie wel kan worden opgekomen.
vanaf13 december 2010, de dag waarop [betrokkene 1] haar moeder over het misbruik vertelde, waarna haar vader haar dientengevolge zelf naar school is gaan brengen. Ik acht dit oordeel echter zonder nadere motivering niet begrijpelijk, aangezien de materiële schade niet eerder is ingetreden dan op de momenten waarop de desbetreffende vervoerskosten zijn gemaakt. In zoverre moet de klacht slagen.
niettot de toekenning van de wettelijke rente over de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het hof is daarvan ten gunste van de benadeelde partij afgeweken. Daarover kan, naar ik vermoed, in cassatie wél worden geklaagd.
ambtshalvete vernietigen voor zover zij betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente over het bedrag ter vergoeding van de materiële schade van de benadeelde partij [betrokkene 1] en over het gehele bedrag aan schadevergoeding van de benadeelde partij [betrokkene 2] waarmee hun civiele vorderingen als zodanig zijn toegewezen.