Conclusie
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
weetdat een veroordelend en in kracht van gewijsde gegaan vonnis op een onjuiste feitelijke grondslag berust en niettemin de executie daarvan doorzet [20] .
State Organization of Iraqi Portsde contractuele wederpartij is van (de rechtsvoorgangster van) [verweerster], en Irak c.s. niet betrokken is bij dit geschil, (ii) dat [verweerster] wist dat Irak c.s. niet (verhaals)aansprakelijk was voor de vorderingen op de
State Organization of Iraqi Ports, (iii) dat ([verweerster] wist dat) de vorderingen ten tijde van de dagvaarding reeds waren verjaard, (iv) dat [verweerster] desniettegenstaande Irak c.s. doelbewust, op de voet van (thans) artikel 55 Rv Pro, heeft gedagvaard, zonder de
State Organization of Iraqi Portste informeren of te dagvaarden, (v) dat de Republiek Irak en Central Bank of Iraq ten onrechte zijn vereenzelvigd met de
State Organization of Iraqi Ports, (vi) dat sprake was van een politiek instabiele situatie, zodat [verweerster] moest weten dat de kans dat Irak c.s. zou verschijnen nihil was, (vii) dat de
State Organization of Iraqi Portsde vordering schriftelijk had betwist, en (viii) dat [verweerster] over dit alles destijds niets heeft medegedeeld aan de rechtbank en het hof in de verstekzaak.
de State Organization of Iraqi Portsen (de rechtsvoorgangster van) [verweerster] arbitrage was overeengekomen, althans dat daarover de nodige inhoudelijke discussie gevoerd zou kunnen worden. Daarnaast heeft Irak c.s. bij pleidooi betoogd dat er bovendien sprake was van een noodtoestand die voortvloeide uit het feit dat er na de Irakoorlog een schuldsaneringsregeling (IDRO) was. Deze bij pleidooi naar voren gebrachte gronden zijn, gelet op de twee-conclusieregel, te laat aangevoerd, zodat het hof hier geen acht op slaat; uitzonderingen op die regel doen zich niet voor.
subonderdeel 2.4waarin wordt geklaagd dat voor zover het hof in rov. 19 mocht hebben bedoeld dat zijn beoordeling van de onder rov. 16 gestelde omstandigheden (slechts) als overwegingen ten overvloede moeten worden begrepen, dit oordeel onbegrijpelijk dan wel onjuist is.
klaarblijkelijkberust op een juridische of feitelijke misslag. Vanuit dat (beperkte) toetsingskader bezien en in het licht van de hiervoor genoemde arresten Marokko/De Trappenberg en Azeta/Chili is m.i. niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat immuniteit van jurisdictie geen grond betreft die het hof ambtshalve had moeten weerhouden van het toewijzen van de vorderingen in de verstekprocedure en het verstekarrest aldus niet berust op een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag.
grief 2betoogt Irak c.s. in de kern genomen dat [verweerster] het verstekarrest niet mag executeren omdat, door de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in combinatie met de schuldsaneringsregeling van de Paris Club, een internationaal faillissementsregime is gecreëerd dat meebrengt dat zij haar vorderingen slechts kan indienen bij IDRO. Weigering om daaraan mee te werken is onder de gegeven omstandigheden misbruik van bevoegdheid, althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid, aldus Irak c.s.
creditor countriesonderhandelen over het herstructureren van
government-to-government debts. De in het kader van deze club tot stand gekomen regelingen kunnen weliswaar relevant zijn voor commerciële schuldeisers - zo mogen
debtor countriesmet hen geen gunstigere voorwaarden overeenkomen - maar zij binden hen niet.
reconciliation) werden schuldeisers uitgenodigd (in de RFI) om vrijblijvend informatie over hun vorderingen in te dienen in een
Claim Form, waarna IDRO in een
statementliet weten of een vordering een
reconciled eligible claimof een
unreconciled claimwas. In de tweede fase (
invitation to tender) konden schuld[]eisers van
reconciled eligible claimshun vordering via een tender aanbieden en tegen finale kwijting verkopen aan de Republiek Irak, zulks voor 10,25% van de hoofdsom plus rente. Schuldeisers van
unreconciled claimskonden, in de derde fase (
arbitration), via de tender akkoord gaan met arbitrage, waarna in arbitrage werd geoordeeld over de vordering: bij een gunstige uitkomst voor de schuldeiser werd de vordering alsnog als
reconciled eligibleclaim behandeld.
subonderdeel 3.1komt het oordeel van het hof in de rov. 25-27 er op neer dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid of strijd met redelijkheid en billijkheid vanwege het feit dat [verweerster] geen gebruik heeft gemaakt van de IDRO-regeling om vorderingen op Irak in der minne te schikken. Het subonderdeel beschrijft het doel en de strekking van de IDRO-regeling als een internationaal ‘schuldsaneringstraject’ dat niet vrijblijvend was en klaagt vervolgens dat dit oordeel onbegrijpelijk is omdat [verweerster] haar claim wel heeft aangemeld maar vervolgens heeft geweigerd om via de IDRO-regeling op een tender-uitnodiging in te gaan en het geschil niet aan arbitrage wenste te onderwerpen. Executie van het verstekarrest na de IDRO-regeling levert volgens Irak c.s. wel degelijk misbruik van bevoegdheid dan wel strijd met de redelijkheid en billijkheid op.
nietin de risicosfeer liggen van Irak c.s., terwijl het beroep op (bewijsnood door) de oorlogssituatie in Irak is gedaan in verband met dat jarenlange stilzitten van [verweerster] dat te meer klemt nu het om een verstek-arrest gaat”.
subonderdeel 5.1wordt betoogd dat het hof met het dictum van zijn arrest de afwijzing van de vorderingen van de Central Bank of Iraq ten onrechte heeft bekrachtigd nu de immuniteit van executie tegen executoriale maatregelen in Nederland op tegoeden met een openbare bestemming, zoals de tegoeden van de Central Bank of Iraq, beschermt en deze immuniteitskwestie van openbare orde is en dus door de rechter ambtshalve moet worden getoetst, hetgeen het hof heeft nagelaten.