Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
alleomstandigheden van het geval. [13]
deprivation of parental rights” strookt niet met deze herenigingsdoelstelling en dient daarom alleen in uitzonderlijke omstandigheden en bij een zwaarwegend belang van het kind te worden toegepast. [16] Zoals ik in mijn conclusie van 2 oktober 2020 heb beschreven, [17] is het EHRM in de loop van de jaren het belang van het kind steeds uitdrukkelijker (expliciet) gaan meewegen in zijn oordeel in zaken waarin een scheiding tussen kind en ouders speelde. Dit heeft ertoe geleid dat, in zaken over pleeggezinplaatsingen, de herenigingsdoelstelling vanaf medio jaren ’90 van de vorige eeuw steeds meer plaats heeft moeten maken voor de zogenoemde continuïteitsdoelstelling: het EHRM ziet het niet meer als een absolute verplichting om het kind na een uithuisplaatsing te herenigen met zijn (biologische) ouders, maar vindt het in bepaalde gevallen wenselijk om het kind (langdurig) bij de pleegouders te laten verblijven. [18] In de uitspraak Strand Lobben/Noorwegen uit 2019 heeft het EHRM (Grote Kamer) deze rechtspraak samengevat door onder meer te overwegen: [19]
De voorzitter: vader, als ik het rapport van de bijzondere curator lees, dan lees ik dat het erop lijkt dat u vooral intensief contact wenst en niet zozeer een thuisplaatsing. Klopt dat?
geenblijk gegeven: zie de vaststelling in rov. 5.5 - in cassatie op zichzelf onbestreden, en overigens ook niet onbegrijpelijk [26] - dat de vader niet onvoorwaardelijk in de uithuisplaatsing van de kinderen heeft berust. Hierop stuit de derde klacht reeds af. [27]