Conclusie
1.Het cassatieberoep
eerste middelheeft betrekking op de bewezen verklaarde uitbuiting en het opzettelijk voordeel trekken uit uitbuiting in de zin van art. 273f Sr in zowel de zaak 13Shogun als de zaak 13Overloon.
tweede middelwordt gesteld dat het bij het bewezen verklaarde gewoontewitwassen onder feit 4 in de zaak 13Overloon gaat om het overdragen en omzetten van uit eigen misdrijf verkregen gelden, hetgeen in casu niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.
derde middelricht zich tegen de strafoplegging ten aanzien van feit 4 in de 13Overloon-zaak, omdat het bewezenverklaarde valt in méér dan één strafbepaling, namelijk art. 273f lid 6 Sr en art. 420ter Sr, op grond waarvan het hof ingevolge art. 55 lid 1 Sr Pro gehouden was slechts één van die bepalingen toe te passen.
2.Het eerste middel
Instemming van het slachtoffer met de beoogde of bestaande uitbuiting is niet relevant.
moneytransfers, doen aan het voorgaande niet af.
3.Het tweede middel
4.Het derde middel
Ambtshalve opmerkingen over de gijzeling en overschrijding van de redelijke termijn