Conclusie
1.Inleiding
2.Juridisch kader
Stb.2017, 82)) en is op 1 januari 2020 in werking getreden, maar de mogelijkheid tot schadevergoeding in de in art. 537 Sv Pro genoemde gevallen was niet nieuw. De regeling rondom de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen en maatregelen en de daarbij horende mogelijkheid tot schadevergoeding die nu in art. 537 Sv Pro staat, was voor de invoering van de Wet USB bij de bepalingen over de oplegging ervan opgenomen: voor de voorwaardelijke veroordeling in art. 14l (oud) Sr, voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling in art. 15k (oud) Sr, voor de vrijheidsbeperkende maatregel in art. 38ij (oud) Sr en voor de voorwaardelijke veroordeling van een jeugdige in art. 77dd lid 5 (oud) Sr. [6] Het huidige art. 537 Sv Pro is niet meer dan een samenvoeging van deze reeds bestaande mogelijkheden tot schadevergoeding die goed pasten binnen de bij de Wet USB nieuw ingevoegde Titel VIa van het Wetboek van Strafvordering over de vergoeding van schade en andere bijzondere kosten. Inhoudelijke wijzigingen van de reeds bestaande mogelijkheden tot schadevergoeding en vergoeding van kosten die in de nieuwe Titel zijn samengevoegd, zijn door de wetgever niet beoogd. [7]