Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Procesverloop
Overwegingen
De vraag waarvoor de rechtbank zich vooral geconfronteerd ziet is of de dak- en thuislozenopvang voldoet aan de minimumnorm als bedoeld in de Opvangrichtlijn dan wel of deze vorm van tijdelijke opvang kan voorkomen dat een Dublinterugkeerder die hierop aangewezen is in een situatie terechtkomt van zeer verregaande materiële deprivatie, zoals bedoeld in het arrest Jawo. (…)
waaronderverzoekers die worden uitgesloten van de opvang waarop ze recht hebben. Niet duidelijk is hoe groot die groep onder de daklozen in Brussel is, hoelang zij gemiddeld noodgedwongen op straat moeten slapen en onder welke omstandigheden. Evenmin wordt duidelijk of zij herhaaldelijk tevergeefs een beroep hebben gedaan op nood- of daklozenopvang in Brussel of elders in België. Doordat niet duidelijk is hoe groot de groep vreemdelingen is die op straat slaapt en leeft, kan niet worden geoordeeld dat er in België sprake is van ernstige structurele tekortkomingen met betrekking tot de opvangvoorzieningen. De rechtbank wijst ter vergelijking naar de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1109). Deze uitspraak ziet weliswaar op Cyprus, maar uit rechtsoverweging 5.3.6 van die uitspraak volgt dat bij de beoordeling of ten aanzien van een andere lidstaat kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van belang is om te weten hoe groot de groep is die onder zeer slechte omstandigheden leeft.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,00.