Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Three genocide fugitives located in The Netherlands') en in De Pers ('Ze proberen me te destabiliseren') op 14 augustus 2011 (ook gepubliceerd op de internetsite van journalist Arnold Karstens op 16 augustus 2011 onder de titel 'Ik heb nooit een dode gezien') onderzoek ingesteld naar de mogelijke betrokkenheid van eiser bij de genocide in Rwanda. De Unit 1(F) heeft op 13 mei 2013 een uitvoerige beoordeling uitgebracht en geconcludeerd dat en waarom er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt dan wel verantwoordelijk is te houden voor één of meerdere gedragingen als genoemd in artikel 1(F) Vlv.
Leave none to tell the story: Genocide in Rwanda", waaruit blijkt dat in Rwanda de slachtpartijen in april 1994 systematisch zijn voorbereid, de uitspraak van de meervoudige strafkamer van de rechtbank 's‑Gravenhage van 23 maart 2009 (ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444), waarin een kort exposé wordt gegeven van de (politiek)historische achtergrond van het drama dat zich in de periode van 6 april tot midden juli 1994 in Rwanda voltrok, de uitspraak van de Trial Chamber van het International Criminal Tribunal for Rwanda (ICRT in de zaak Kayishema & Ruzindana (ICRT-95-1-T, rechtsoverweging 289-291), waarin – samengevat – wordt overwogen: "
that the massacres of the Tutsi population indeed were meticulously planned and systematically coordinated by the top level Hutu extremists in the former Rwandan government at the time in question"en de trial Chamber "
in light of this evidence finds a plan of genocide existed and perpetrators executed this plan in Rwanda between april and June 1994".
- een brief van de Hoofdofficier van Justitie in Rotterdam, werkzaam bij het Landelijke Parket, van 12 maart 2015; en
- een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 31 augustus 2016.
- Eiser in de periode 1989-1994 directeur was van het ISAE, en dat hij van 1988 tot 1994 een belangrijke positie heeft bekleed en een invloedrijke figuur was binnen de MRND;
- Eiser tot de Akazu behoorde, een groep van Hutu-extremisten rond president Habyarimana die voornamelijk via de media haat tegen Tutsi's verspreidde met de intentie om aan te zetten tot massamoord en op die wijze het meesterbrein van de genocide vormde.
- Eiser overtuigd aanhanger was van de Hutu-power ideologie;
- Eiser medeoprichter en aandeelhouder was van het radiostation RTLM en de krant Kangura;
- Eiser deelnam aan bijeenkomsten gericht op het plannen van de moorden op Tutsi's en het propageren van de Hutu-power ideologie onder de bevolking in het algemeen en Hutu-milities in het bijzonder;
- Eiser betrokken was bij de organisatie van de moorden op Tutsi's;
- Eiser leiding gaf aan politieke en militaire activiteiten op het terrein van de ISAE, waaronder bijeenkomsten voor het voorbereiden en plannen van doden van Tutsi's;
- Eiser bekend stond om zijn steun aan milities, die hij gaf door middel van organisatie, administratieve en financiële zaken en het voorzien van voertuigen en bier (voor na de moordpartijen);
- Eiser zich bezighield met het opzetten, mobiliseren en organiseren van de militie van het ISAE, de Amahindura;
- Eiser milities faciliteerde bij het verkrijgen van wapens, voedsel en voertuigen voorafgaand aan en tijdens de genocide van 1991 tot 1994;
- Eiser direct bevel had over de Amahindura milities, die in de periode 1991-1994 tot taak had het opsporen en vermoorden van tegenstanders van het regime van president Habyarimana en het doden van Tutsi's, en afhankelijk van de orders van eiser en [naam] een sleutelrol had bij het doden van Tutsi's op het terrein van het ISAE en andere plaatsen in de Mukingo commune;
- Eiser op 7 april 1994 deelnam aan een vergadering in het huis van de moeder van [naam] waarin de start en uitvoering van het doden van Tutsi's in de Mukingo commune werd voorbereid. Daarna eiser samen met [naam] en [naam] het bevel gaf tot het starten van de moorden op de Tutsi's en dat hij daarna het directe bevel gaf tot het doden van verschillende specifieke families en personen;
- Eiser persoonlijk het bevel gaf voor het doden van Tutsi's in Busogo (dicht bij het ISAE), de Mukera barakken en op andere plekken in de Mukingo commune;
- Eiser ISAE-personeel en studenten regelde voor het doden van Tutsi's op het terrein van het ISAE en in de omgeving;
- Eiser ten behoeve van het doden van Tutsi's wegversperringen opzette bij het ISAE‑complex vanaf 6 april 1994 bij het Busogo sector office bij een plek die de 'memorial' werd genoemd en op een plek die Nyirantarengwa werd genoemd;
- Eiser voertuigen aan de milities beschikbaar stelde voor het uitvoeren van patrouilles, huis aan huis doorzoekingen en moorden, met name in 'Rwanken';
- Eiser de gevolgen van zijn acties begreep en hij op de moordplaatsen aanwezig was tijdens het doden van Tutsi's;
- Eiser is aangeklaagd door de openbaar aanklager van Rwanda wegens het plannen, organiseren en uitvoeren van het doden van Tutsi's als onderdeel van de genocide, maar dat hij nog niet bij verstek is veroordeeld.
knowing participationals bedoeld in paragraaf C2/7.10.2.4, onder c, Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). Uit de onderzoeksresultaten komt immers naar voren dat eiser als directeur de leiding had over het ISAE in Busogo, dat hij (langdurig) lid was van (het Congres Préfectoral van) de MRND, aandeelhouder was van de Radio Télévision Libre des Mille Collines, RTLM), actief was betrokken bij de krant Kangura en dat hij milities (mede) heeft gefinancierd, zodat eiser wist en heeft gestimuleerd dat in zijn directe omgeving ernstige misdrijven zijn gepleegd of gepleegd moesten worden. Gelet hierop is eiser betrokken geweest bij de voorbereiding en de planning van de genocide in Rwanda in juli 1994, aldus verweerder. Tevens is uit het onderzoek gebleken dat door extremistische elementen binnen de MRND gewapende milities zijn opgezet, zoals de Amahindura, in de regio Nkuli en Mukingo, en dat eiser als medeoprichter en financier van deze militie, onder welke naam de Interahamwe en Impuzamugambi hebben samengewerkt, verantwoordelijk is geweest voor het doden van Tutsi's in Rwanda. In de uitspraak van het ICRT in de zaak Akayesu van 2 september 1998 (ICRT-96-4‑T) is geoordeeld dat de Tutsi bevolkingsgroep wat betreft etniciteit voldoet aan de criteria van het Genocideverdrag voor het genocidale oogmerk om een groep als zodanig geheel of gedeeltelijk uit te roeien. Gebleken is dat in de periode april-juni 1994 naar schatting 800.000 Rwandezen zijn gedood. Het oogmerk van de vernietiging van de Tutsi-bevolkingsgroep in Rwanda blijkt uit de systematische onderdrukking van die bevolkingsgroep, het zeer grote aantal dodelijke Tutsi slachtoffers (waaronder vrouwen en kinderen) als gevolg van aanvallen en massa-executies en uitlatingen van Hutu-extremisten waaruit de minachting voor Tutsi's naar voren komt.
personal participationvan eiser vastgesteld, zodat hij individueel voor deze misdrijven verantwoordelijk wordt gehouden.
De gronden van het beroep en de beoordeling daarvan
- de aard en de ernst van het bedrog, de valse verklaring of de verzwijging;
- de eventuele staatloosheid na intrekking;
- de tijdsduur die sinds de verlening is verlopen;
- en overige relevante factoren, waarbij onder meer kan worden gedacht aan bijzondere omstandigheden en aan de termijn waarbinnen de verzoeker het Nederlanderschap alsnog kan verkrijgen, aldus de Handleiding.
‘personal and knowing participation test’ wordt toegepast om te bepalen of de vreemdeling verantwoordelijk kan worden gehouden voor misdrijven en daden als bedoeld in artikel 1(F) Vlv. Daarbij onderzoekt en beoordeelt verweerder of ten aanzien van de vreemdeling kan worden aangenomen dat hij weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf (‘knowing participation’) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (‘personal participation’).
knowing participation’ bij de vreemdeling in één van de volgende situaties:
personal participation’ bij de vreemdeling is sprake in tenminste één van de volgende situaties:
- de bijdrage heeft een effect heeft gehad op het begaan van een misdrijf; en
- het misdrijf had hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze plaatsgevonden als niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of als de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
Call to genocide: Radio in Rwanda, 1994" en stuk van Mary Kimani: "
RTLM: the Medium that Became a Tool for Mass Murder" dat onderdeel uitmaakt van het rapport van het International Development Research Centre, IDRC, van de Canadese overheid: "
The Media and the Rwanda Genocide" van mei 2007). Tijdens uitzendingen van de haatradiozender RTLM werden Tutsi's kakkerlakken genoemd en werd gepropageerd om Tutsi's te doden. Daarnaast blijkt uit het rapport
Broadcasting Genocide, Censorship, propaganda & state‑sponsored violence in Rwanda 1990-1994dat Kangura een extremistische krant is die heeft aangezet tot haat en genocide propageerde en waarvan, zoals blijkt uit de uitspraak van de meervoudige strafkamer van de rechtbank 's‑Gravenhage van 23 maart 2009 (ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2444), de publicaties berucht waren. Bij een bijeenkomst van de MRND in het Nyamirambo stadion in Kigali op 23 oktober 1993 werd de term Hutu‑power, de slogan voor Hutu-extremisten tijdens de genocide, geïntroduceerd door Froduald Karamira. Uit de uitspraak van het ICRT in de zaak Nahimana, Ngeze en Barayagwiza (rechtsoverwegingen 898-907, 99‑52-T, de zogeheten Media-uitspraak) blijkt dat tijdens een bijeenkomst in het Nyamirambo stadion in 1993 het radiostation RTLM en de krant Kangura als spreekbuis voor deze beweging werden geïntroduceerd door de president van de MRND, Mathieu Ngirumpatse.
Rwanda: Three Genocide Fugitives Located in the Netherlands" van 5 mei 2010 blijkt dat door invloedrijke personen onder de Hutu‑bevolking geld werd ingezameld voor de financiering van milities, zoals de Interahamwe en de Virunga Force Amahindura (hierna: de Amahindura), terwijl uit de onderzoeksresultaten van Alison Des Forges, getiteld: "
Leave none to tell the story: Genocide in Rwanda" in het rapport van HRW van maart 1999 is op te maken dat door deze milities bij moordpartijen Tutsi's zijn gedood. Ook uit getuigenverklaringen bij het ICRT (vgl. rechtsoverweging 325-328 van de uitspraak van het ICRT in de zaak Augustin Ndindiliyimana, François-Xavier Nzuwonemeye, Innocent Sagahutu en Augustin Bizimungu, ICTR-00-56-T) blijkt dat de Amahindura bestond uit lokale Interahamwe en de Impuzamugambi, milities die op grote schaal bij de uitvoering van de genocide waren betrokken.
Rwanda: the preventable genocide" van mei 2000 dat de Akazu in het centrum van de macht in Rwanda wordt geplaatst in de jaren voorafgaand aan 1994. Bovendien heeft eiser in de verklaring van zijn voormalige gemachtigde mr. Hol van 21 april 1999 ook erkend dat hij gelet op zijn achtergronden – onder meer de familieband met de Rwandese ex-president, opleiding (ontwikkelingslandbouw) en functie -behoorde tot de sociaal-economische elite van Rwanda en dat deze factoren tezamen onvermijdelijk met zich meebrachten dat hij bij de Rwandese politiek betrokken raakte omdat hij veelvuldig contact had met leidende regeringsfunctionarissen. Deze erkenning volgt ook uit de bijlage bij de correcties en aanvullingen van 14 augustus 2000 waarin zuster [naam] namens eiser opmerkt dat hij als directe familie van de overleden president Habyarimana als zodanig deel uitmaakte van de Akazu. Daarnaast heeft eiser tijdens de asielprocedure verklaard dat hij tot april 1994 zitting heeft gehad in het Congres Préfectoral van de MRND. Ook in het rapport
Broadcasting Genocide, Censorship, propaganda & state-sponsored violence in Rwanda 1990-1994staat dat eiser, de neef van [naam] , behoorde tot de Akazu.
Broadcasting Genocide, Censorship, propaganda & state-sponsored violence in Rwanda 1990-1994dat eiser behoorde tot de groep van financiers van de beruchte krant Kangura. Volgens verweerder geeft ook dit aan dat hij het extremistische gedachtegoed onderschreef van de Hutu-elite die de burgerbevolking heeft aangezet en opgehitst tot Rwandese genocide in 1994. Verweerder concludeert dat eiser (mede)verantwoordelijk kan worden geacht voor het aanzetten van Hutu's tot het doden van Tutsi's doordat hij in verband wordt gebracht met de media RTLM en Kangura en dat hij deze betrokkenheid heeft achtergehouden in zijn asiel- en naturalisatieprocedures.
https://www.refworld.org/docid/4d1da8752.html). Eiser stelt wel dat in dit verband een onjuist beeld van hem wordt gecreëerd, maar de rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het aandeelhouderschap van RTLM een nadere onderbouwing is van het algemene beeld van eiser als persoon die in extremistische Hutu-kringen verkeerde en daarin invloedrijk was.
http://www.icty.org/x/cases/tadic/tjug/en/tad-tsj70507JT2-e.pdf) en rechtsoverwegingen 311 en 312 van de uitspraak in de zaak Kvočka van 2 november 2001 (case no. IT-98-30/1-T, gepubliceerd op www.un.org/icty:
http://www.icty.org/x/cases/kvocka/tjug/en/kvo-tj011002e.pdf) worden opgemaakt dat om aannemelijk te achten dat eiser de misdrijven heeft gefaciliteerd, verweerder afdoende moet hebben gemotiveerd dat eisers bijdrage meer omvatte dan het ter plaatse aanwezig zijn. Eisers handelen moet daadwerkelijk effect hebben gesorteerd en moet het plegen van de misdrijven op enigerlei wijze hebben ondersteund. In dat verband moet verweerder motiveren waarom eisers handelen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het (kunnen) plegen van de misdrijven, en waarom die misdrijven niet, althans moeizamer, hadden kunnen worden gepleegd als eiser zijn rol daarbij niet had vervuld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarin is geslaagd, omdat afdoende is gemotiveerd dat uit het onderzoeksresultaat, ook in onderling verband gezien, blijkt dat hij verantwoordelijk is voor het voorbereiden van genocide, de financiering van milities en de genocide in de omgeving van het ISAE in Busogo. Eiser is medeplichtig aan en heeft in een wezenlijke mate bijgedragen aan het faciliteren van de moordpartijen op Tutsi's en gematigde Hutu's in Rwanda in de periode april-juli 1994. Eiser heeft een leidende rol vervuld ten tijde van de genocide door milities aan te sturen, opdracht te geven tot het opzetten van meerdere roadblocks in de omgeving van het ISAE in Busogo, milities te voorzien van een voertuig, en doordat hij zich gedurende de genocide liet informeren over de voortgang van de genocide in zijn regio en de milities heeft beloond voor hun inzet. Daarnaast was eiser betrokken bij de haatmedia, radiostation RTLM en de krant Kangura. Door vanuit zijn invloedsfeer de extremistische Hutu-power beweging te propageren heeft eiser met een faciliterende rol substantieel bijgedragen aan een zeer geweldig klimaat waarin het opruien tot genocide een belangrijke, onmisbare schakel heeft gevormd in de opeenvolging van gebeurtenissen die hebben geresulteerd in de Rwandese genocide in 1994. Uit het onderzoeksresultaat van verweerder is daarom op te maken dat eiser op deze manier actief heeft geparticipeerd aan deze genocide. Ook is uit deze onderzoeksresultaten op te maken dat eiser met zijn gedragingen (aanwezigheid bij bijeenkomsten voor en op 7 april 1994 waar de genocide in zijn omgeving werd voorbereid, het vermoorden van Tutsi's op zijn direct bevel en het belonen van milities in Mukingo voor het doden van Tutsi's) de moorden op Tutsi's direct heeft gefaciliteerd. Verweerder heeft daarom op basis van de onderzoeksresultaten terecht geconcludeerd dat ten aanzien van medeplichtigheid en medeverantwoordelijkheid aan genocide sprake is van
knowing en personal participationvan eiser.
equality of arms) en het recht op een procedure op tegenspraak (
adversarial proceedings), als algemeen aanvaard rechtsbeginsel, dat aan artikel 6 EVRM Pro mede ten grondslag ligt, geldt immers evenzeer binnen de nationale rechtsorde en evenzeer los van die verdragsbepaling. Verder is het beginsel van equality of arms ook neergelegd in artikel 47 van Pro het Handvest.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder tot betaling van een schadevergoeding van
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 2.100,–; en
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 168,– te vergoeden.