Conclusie
Harbour Side Properties N.V.
Ballerina B.V.
SMPD,
HSPen
Ballerina.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
de notariële akte) verkocht SMPD (“Seller”) deze erfpacht met zes andere erfpachten aan Harbour Arcade N.V. (“Buyer 1”). Bij dezelfde notariële akte verkocht Harbour Arcade N.V. deze erfpacht aan HSP (“Buyer 5”). SMPD droeg deze erfpacht rechtstreeks over aan HSP. De notariële akte is op 28 juni 2005 ingeschreven in de openbare registers. [3]
Buyer”.
the Property”.
Fees
Checkmate), dat een beveiligingsbedrijf exploiteert. [6]
SMPA) [7] . SMPA heeft, althans ten tijde van de notariële akte, alle aandelen in SMPD. [8]
ADT), een beveiligingsfirma die de in het gebouw geplaatste camera’s en sensoren monitort en hierover contact kan onderhouden met Checkmate en Ballerina. [9]
het Gerecht) SMPD en Checkmate hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van $ 368.175,00 aan schadevergoeding, althans een door de rechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente alsmede veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
Zij hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat medewerkers van Checkmate in de nacht van de inbraak een fout hebben begaan [10] en dat Checkmate en SMDP jegens Ballerina aansprakelijk zijn op grond van art. 6:162/6:170 BW respectievelijk art. 6:171 BW Pro. Aan de aansprakelijkheid van SMPD en Checkmate jegens HSP wordt ten grondslag gelegd dat HSP uit hoofde van de met Ballerina gesloten huurovereenkomst voor onderhoud en beveiliging van de juwelierswinkel moet zorgen, dat HSP de schade aan Ballerina zal vergoeden en dat HSP dan regres kan nemen op SMPD en Checkmate. [11] SMPD en Checkmate hebben verweer gevoerd.
In de zaak tegen Checkmate heeft het Gerecht de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van akten teneinde nadere informatie aan het Gerecht te verschaffen (rov. 4.12 en dictum).
het Hof) met conclusie dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en hun vordering zal toewijzen met veroordeling van SMPD en Checkmate in de proceskosten in beide instanties.
Met de grieven is onder meer aangevoerd dat, gelet op de maandelijkse facturen van SMPD ter zake van maintenance fees, op SMPD een verbintenis jegens HSP rust om voor beveiliging zorg te dragen. [13]
het eerste tussenvonnisof
TV1) heeft het Hof vastgesteld dat HSP en Ballerina uitsluitend in appel zijn gekomen van het eindvonnisgedeelte van het bestreden deelvonnis (de afwijzing van de vorderingen tegen SMPD) en op die grond geoordeeld dat HSP en Ballerina niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep voor zover Checkmate daarin is betrokken (rov. 2.2 jo. 1.2).
In de procedure tegen SMPD heeft het Hof voorshands bewezen geoordeeld dat – zoals HSP en Ballerina stellen en door SMPD wordt betwist – onder ‘to maintain’ in de notariële akte en ‘maintenance’ in de Declaration en het huurcontract ook beveiliging valt, zodat SMPD gelegenheid zal worden gegeven om tegenbewijs te leveren (rov. 3.2-3.4).
Voor het geval tegenbewijs niet wordt geleverd, heeft het Hof als zijn voorlopig oordeel gegeven: (1) dat het huurcontract tussen HSP en Ballerina zo uitgelegd dient te worden dat ten aanzien van ‘maintenance’ op HSP een verbintenis rust jegens Ballerina (rov. 3.6), (2) dat wat betreft ‘maintenance’ ingevolge de Declaration op SMPD een verbintenis rust jegens HSP (rov. 3.7), (3) dat voor zover de ‘maintenance’ ziet op beveiliging SMPD kennelijk gebruik maakt van haar ‘moeder’ SPDA, die ter zake met Checkmate heeft gecontracteerd (rov. 3.8), zodat (4) SMPD de hulppersoon is van schuldenaar HSP, SMPA de hulppersoon is van schuldenaar SMPD en Checkmate de hulppersoon is van schuldenaar SMPA (rov. 3.9).
Dit betekent volgens het Hof dat indien (a) onder ‘to maintain’ en ‘maintenance’ ook beveiliging valt, én (b) Checkmate een fout heeft begaan, SMPD aansprakelijk is jegens zowel HSP als Ballerina (art. 6:76 BWSM Pro) (rov. 3.10-3.11).
In het dictum heeft het hof, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, SMPD toegelaten tegenbewijs te leveren tegen het voorshands door HSP geleverde bewijs dat onder ‘to maintain’ in de notariële akte en ‘maintenance’ in de Declaration ook beveiliging valt.
Partijen hebben vervolgens elk een conclusie na enquête en een contra-akte na enquête genomen.
het tweede tussenvonnisof
TV2) heeft het Hof geoordeeld dat het tegenbewijs door SMPD is geleverd. De getuigenverklaringen en de gedocumenteerde conclusie na enquête van SMPD van 9 oktober 2020 hebben het voorshands gegeven rechterlijk bewijsoordeel ontzenuwd. Het Hof komt tot dit nadere oordeel op grond van een dertiental gedocumenteerde stellingen van SMPD (rov. 2.1 en 2.2).
Omdat nieuw bewijsmateriaal of nieuwe feiten naar voren zijn gebracht, zijn HSP en Ballerina in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren dat onder ‘to maintain’ in de notariële akte en ‘maintenance’ in de Declaration ook beveiliging valt (rov. 2.4 en dictum).
Partijen hebben een conclusie na enquête genomen.
het eindvonnis of EV [17] ) heeft het Hof geoordeeld dat het bewijs door HSP en Ballerina geleverd is dat onder ‘maintenance’ ook beveiliging (‘security’) valt. Doorslaggevend zijn thans de getuigeverklaring van [de getuige] en de producties A-C (rov. 2.1-2.3).
Dit betekent volgens het Hof dat het bestreden deelvonnis moet worden vernietigd voor zover daarin de vorderingen tegen SMPD zijn afgewezen en dat de zaak moet worden teruggewezen naar het Gerecht (rov. 2.4).
Het Hof heeft zijn eerdere voorlopige oordeel, opgenomen in rov. 3.6 tot en met 3.11 van het eerste tussenvonnis, tot zijn eindbeslissing gemaakt. Het Gerecht zal daarom ervan moeten uitgaan dat, indien een fout is begaan door Checkmate, SMPD mede aansprakelijk is jegens HSP en Ballerina (rov. 2.5-2.6).
Het dictum luidt, voor zover van belang, als volgt:
- vernietigt het bestreden deelvonnis van 31 mei 2016 voor zover daarin de vorderingen tegen SMPD zijn afgewezen;
3.Ontvankelijkheid
nietonder ‘het gevorderde’. [23] Hieruit wordt afgeleid dat wanneer de appelrechter in het dictum de uitspraak waarvan beroep slechts vernietigt zonder tevens de in eerste instantie ingestelde vordering toe of af te wijzen, in zoverre geen sprake is van een einduitspraak. [24]
bepaalt dat, indien een fout is begaan door Checkmate, SMPD mede aansprakelijk is jegens HSP” kwalificeert als einduitspraak(deel). Het enkele feit dat deze beslissing is gegeven in het hoger beroep tegen de einduitspraakcomponent in het deelvonnis van het Gerecht (de afwijzing van de vordering jegens SMPD) lijkt mij daartoe ontoereikend. [28] Voorts strekt de vordering die inzet is van het geding ertoe SMPD te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding. Daarover is door het Hof nog niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist. [29] In een geval waarin de vordering strekte tot betaling van schadevergoeding en de rechter een verklaring voor recht had uitgesproken inhoudende dat gedaagde aansprakelijk is voor de geleden schade (met rolverwijzing voor uitlating over de schade), oordeelde uw Raad echter dat de vordering “
gedeeltelijk[was]
toegewezen in de vorm van de uitgesproken verklaring voor recht” en in zoverre sprake was van een einduitspraak. [30] In het verlengde daarvan meen ik dat ook de zojuist aangehaalde beslissing in het dictum kwalificeert als een einduitspraak. Daaraan doet niet af dat de beslissing een voorwaardelijk element bevat. Nu het cassatieberoep mede tegen deze beslissing opkomt, meen ik dat SMPD ontvankelijk is in haar cassatieberoep.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Maintenance fees.
In addition to the monthly rent, Lessee will pay a monthly fee to the Lessor as a contribution to marketing, general audio or video installation (if any), landscaping, security, garbage collection, maintenance of the common facilities and common areas, the administration fees, etc...'
subonderdeel 1.1wordt aangevoerd dat de verwijzing door het Hof naar de verklaring van [de getuige] van 20 mei 2021 en de ingezonden producties A-C onvoldoende is. Het Hof gaat niet inhoudelijk in op de verklaring van [de getuige] en motiveert niet waarom die verklaring (en welk onderdeel daarvan) doorslaggevend is. Ten aanzien van producties A-C volstaat het Hof met het citeren van enkele passages uit producties B en C. Het subonderdeel wijst er daarbij op dat ook ten aanzien van het oordeel of het bewijs geleverd is het grondbeginsel geldt dat een rechterlijke beslissing voldoende moet worden gemotiveerd.
subonderdeel 1.2wordt aangevoerd dat het oordeel van het Hof onvoldoende is gemotiveerd in het licht van de "gedocumenteerde stellingen van SMPD" op grond waarvan het Hof in het tweede tussenvonnis (rov. 2.2) nog tot het oordeel kwam dat SMPD het voorshands gegeven rechterlijk bewijsoordeel dat onder ‘maintenance’ ook beveiliging valt had ontzenuwd. Het Hof had in ieder geval de volgende stellingen van SMPD in zijn beoordeling moeten betrekken:
subonderdeel 1.4wordt geklaagd dat het oordeel van het Hof onvoldoende is gemotiveerd in het licht van hetgeen SMPD over de door [de getuige] afgelegde getuigenverklaring en de producties A tot en met C heeft aangevoerd in haar conclusie van antwoord na enquête. Gewezen wordt op de volgende stellingen:
Subonderdeel 2.2voert aan dat het bestreden oordeel onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd is in het licht van de “gedocumenteerde stellingen van SMPD” (rov. 2.2 TV2) en/of het in subonderdeel 1.2 onder i-v samengevatte betoog van SMPD. Daaruit volgt, samengevat, dat Checkmate voor wat betreft de uitvoering van beveiligingsdiensten ter zake van het door HSP aan Ballerina verhuurde gebouw (uitsluitend) de hulppersoon is van schuldenaar
ADT, en niet van SPMA (en - via SPMA - van SMPD). Het Hof had dit betoog kenbaar bij zijn beoordeling moeten betrekken. Dit klemt temeer, omdat het Hof in rov. 3.6-3.11 TV1 slechts voorlopige oordelen had gegeven en in rov. 3.5 TV1 had aangegeven dat partijen te zijner tijd in hun conclusies na enquête desgewenst op deze voorlopige oordelen konden reageren. In dat licht kon het Hof, toen het zijn voorlopige oordelen tot eindbeslissing maakte, niet ongemotiveerd aan genoemd betoog voorbijgaan.
jegens Ballerina.
(a) Indien het Hof is uitgegaan van
SMPDals de ‘schuldenaar’ in de zin van art. 6:76 BWSM Pro, miskent het dat die bepaling alleen kan leiden tot aansprakelijkheid van de schuldenaar (in casu SMPD)
jegens de schuldeiservan de verbintenis bij de uitvoering waarvan de schuldenaar van de hulppersoon gebruik maakt (in casu HSP) en niet jegens
een derde(in casu Ballerina).|
(b) Indien het Hof is uitgegaan van
HSPals de ‘schuldenaar’ in de zin van art. 6:76 BWSM Pro, miskent het dat die bepaling alleen kan leiden tot aansprakelijkheid
van de schuldenaar(in casu HSP) jegens de schuldeiser van de verbintenis bij de uitvoering waarvan de schuldenaar van de hulppersoon gebruik maakt (in casu Ballerina) en niet tot aansprakelijkheid van
de hulppersoon(in casu SMPD).
Subonderdeel 3.2bevat hiermee corresponderende subsidiaire motiveringsklachten.
RvSM) iets hebben toegewezen wat niet is gevorderd.
NJ2010/581 en HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:97,
NJ2015/68.)”