Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
onderdeel 2bespreek ik de wijzen waarop de afschrijving van de bpm wordt bepaald. In
onderdeel 3behandel ik de verdeling van de bewijslast voor kwesties als deze, waarna ik in
onderdeel 4de door de belanghebbende opgeworpen vraag met betrekking tot de invloed van de CO2-uitstoot op de handelsinkoopwaarde van een auto bespreek, alsmede de (door het Hof toegepaste) bewijslastverdeling dienaangaande. Tot slot zet ik in
onderdeel 5de werkwijze van de RDW met betrekking tot het verstrekken van een oordeel over de kilometerstand uiteen en behandel ik de rechtsvraag die hiermee samenhangt.
2.Bepalen van de vermindering van bpm bij gebruikte auto’s
Vooraf: het toepasselijke recht
Dergelijke kenmerken en eigenschappen leiden tot een bij de taxatie in aanmerking te nemen verschil ten opzichte van de koerslijstwaarde voor zover zij in die waarde niet of niet volledig zijn verdisconteerd. De invloed van dergelijke kenmerken en eigenschappen kan zowel waardedrukkend als waardeverhogend zijn.
Bij zijn door het middel bestreden oordeel heeft het Hof kennelijk deze uitlatingen van belanghebbende aannemelijk geacht en op basis daarvan aangenomen dat in de waarde die in de door diens taxateur gehanteerde koerslijst is vermeld,
het ontbreken van een Nederlandstalig instructieboekje niet is verdisconteerd. Aldus opgevat heeft het Hof de hiervoor in 2.3 bedoelde stelling van de Inspecteur wel behandeld, en heeft het die verworpen. Middel II faalt daarom.”
3.Bewijslast(verdeling)
Deze bewijslast(verdeling) geldt niet alleen wanneer de belastingplichtige die heeft gekozen voor gebruikmaking van de taxatiemethode, rechtsmiddelen aanwendt tegen een door hem op aangifte voldaan bedrag aan bpm, maar ook indien hij rechtsmiddelen aanwendt tegen een hem opgelegde naheffingsaanslag.
Gegevens die niet bij de aangifte zijn gebruikt voor het vaststellen van de afschrijving, en evenmin op verzoek van de inspecteur alsnog zijn toegevoegd, kunnen door degene die gehouden is de belasting op aangifte te voldoen niet op een later tijdstip worden gebruikt om de bij de aangifte toegepaste afschrijving te wijzigen.
4.De invloed van de CO2-uitstoot op de handelsinkoopwaarde
Aanleiding discussie
5.Geen oordeel RDW over de kilometerstand
Achtergrond
niet volledigzijn verdisconteerd in de koerslijstwaarde. [59] Niet-volledige verdiscontering zal juist aan de orde zijn in situaties waarin een bepaalde eigenschap of bepaald kenmerk expliciet niet als variabele in de koerslijst is opgenomen. De Hoge Raad lijkt soms soepel om te gaan met de (mogelijk) reeds in de koerslijst verdisconteerde waardevermindering van een bepaalde eigenschap, maar dit is mijns inziens gelegen in de omstandigheid dat de hoogte en aannemelijkheid van een bepaalde verdisconteerde waardevermindering verder niet wordt betwist door de Inspecteur. [60]