Conclusie
advocaat: M.S. van der Keur
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Juridisch kader
allebewindszaken zal de hiervoor genoemde uitlegvraag spelen. In de procesinleiding wordt vermeld dat Veritas zo’n 150 tot 180 verhuizingen van rechthebbenden op jaarbasis kent. [11] De kantonrechter die de in de inleiding genoemde prejudiciële vragen heeft gesteld, wijst op de grote hoeveelheid verzoeken van bewindsvoerders tot het toekennen van een verhuisvergoeding; ten tijde van het stellen van de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad had deze kantonrechter drieënnegentig verzoeken liggen. [12] Voor zover ik heb kunnen nagaan, zijn geen exacte cijfers over het aantal verzoeken tot een forfaitaire verhuisvergoeding bekend, maar het zal in ieder geval, gelet op het voorgaande, om een groot aantal verzoeken gaan.
ultimum remedium. [19] Curatele beoogt bescherming van een meerderjarige die, al dan niet tijdelijk, zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel gewoonte van drank- of drugsmisbruik (art. 1:378 BW Pro). De curator behartigt zowel de vermogensrechtelijke als de niet-vermogensrechtelijke belangen van de onder curatele gestelde.
niet-vermogensrechtelijkebelangen van de betrokkene en beschermingsbewind op de bescherming van
vermogensrechtelijkebelangen van de rechthebbende. [31]
De beloning van de bewindvoerder
of in geval er geen mentor is, een verhuizing € 478 [49] ;
verzorgingvan de rechthebbende. Dergelijke werkzaamheden vallen onder de taken van een mentor (aangenomen dat de rechthebbende deze niet zelf kan verrichten), zie hiervoor onder 3.15. Van belang daarbij is, zoals hiervoor al is vermeld onder 3.19, dat de mentor bevoegd is om rechtshandelingen te verrichten op het gebied van de verzorging van de rechthebbende. De mentor vertegenwoordigt de rechthebbende dan in beginsel in en buiten rechte. Dat geldt ook wanneer de hier bedoelde rechtshandelingen vermogensrechtelijke aspecten hebben en er een bewindvoerder is benoemd. In een dergelijk geval is, op grond van art. 1:458 BW Pro, de mentor en niet de bewindvoerder bevoegd.
in beginselbehoren tot de normale taak van een bewindvoerder. Dit is op zich geen onjuist uitgangspunt; zoals hiervoor al is opgemerkt zal een verhuizing in de regel administratieve werkzaamheden meebrengen voor de bewindvoerder die tot zijn normale taak behoren (zie onder 3.38). Daarna wordt in de Aanbeveling opgemerkt dat voor de verhuisvergoeding noodzakelijk is dat de bewindvoerder extra werkzaamheden verricht ten aanzien van de feitelijke verhuizing van de betrokkene. Er staat dus
nietdat de bewindvoerder
feitelijkewerkzaamheden moet verrichten. Het gaat om extra werkzaamheden ten aanzien van de feitelijke verhuizing. Dat kunnen blijkens het gegeven voorbeeld van het omzetten van energie- of internetcontracten ook administratieve werkzaamheden zijn. Hiervoor is al toegelicht dat dergelijke werkzaamheden van meer vermogensrechtelijke aard gelet op de samenloopbepaling van art. 1:458 BW Pro in een geval van de aanwezigheid van een mentor én een bewindvoerder, tot het takenpakket van de mentor behoren (zie onder 3.37). [57] Zoals hiervoor al is toegelicht, is voor de vraag of aanspraak bestaat op de verhuisvergoeding niet zozeer beslissend of het gaat om administratieve handelingen dan wel om feitelijke handelingen, maar of de werkzaamheden sowieso al tot het takenpakket van de bewindvoerder behoren (omdat zij samenhangen met vermogensrechtelijke belangenbehartiging), dan wel dat het veeleer gaat om handelingen die samenhangen met het takenpakket van de mentor. M.i. sluit deze benadering aan bij de hierboven geciteerde Aanbeveling.
adressen intern aangepast, instelling op de hoogte gebracht/communicatie met hen afgerond, kostgeldberekening gemaakt, situatie met nieuwe partner afgestemd, adreswijziging doorgegeven bij de betrokken instanties, bijzondere bijstand aangevraagd in nieuwe gemeente en nieuwe begroting gemaakt.” In een beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant [70] worden de volgende werkzaamheden opgesomd: “
berekenen betaalbaarheid nieuwe huur inclusief proefberekening toeslagen, beoordelen huurcontract, wijzigen energiecontract, wijzigen internet/TV en begroting verhuiskosten maken.” In een andere beschikking van de kantonrechter in dezelfde rechtbank [71] valt het volgende te lezen over de verrichte werkzaamheden: “
internet en tv abonnement verhuisd, adreswijzigingen doorgeven, inboedelverzekering verhuisd, huurtoeslag gewijzigd, aan- en afmelden gas, elektra en water.”
uitzonderlijke omstandighedende beloning van de bewindvoerder, bedoeld in het eerste lid, op andere wijze vaststellen. Voor de curator en de mentor bevat de Beloningsregeling vergelijkbare bepalingen.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
6.1allereerst de klacht dat het hof ten onrechte overweegt dat wanneer – in geval de rechthebbende is verhuisd en er geen mentor is – een professionele bewindvoerder die uitsluitend administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing heeft verricht, géén aanspraak maakt op de forfaitaire verhuisvergoeding van art. 3 lid Pro 5, onder b, Beloningsregeling.
nooittot toekenning van de verhuisvergoeding kunnen leiden. Beslissend is niet of er administratieve of feitelijke werkzaamheden zijn verricht, maar of de verrichte werkzaamheden al dan niet tot het reguliere takenpakket van de bewindvoerder behoren. Als het gaat om werkzaamheden die verband houden met vermogensrechtelijke belangenbehartiging is dat het geval; dat zijn werkzaamheden die de bewindvoerder sowieso verricht. Maar als het gaat om werkzaamheden die samenhangen met het takenpakket van de mentor, dus om niet-vermogensrechtelijke belangenbehartiging op het gebied van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding, gaat het om werkzaamheden die níet tot het reguliere takenpakket van een bewindvoerder behoren en kan een bewindvoerder voor het verrichten van die werkzaamheden aanspraak maken op de verhuisvergoeding. Waarbij dan uiteraard steeds als voorwaarde geldt dat er geen mentor is en dat de rechthebbende zelf niet in staat is de werkzaamheden te verrichten. In het verzoek om de verhuisvergoeding zal dit alles duidelijk moeten worden onderbouwd.
6.4de klacht dat voor zover het hof het verzoek tot toekenning van een verhuisvergoeding heeft afgewezen, omdat niet zou zijn gesteld of gebleken dat Rechthebbende (of diens eigen sociale netwerk) niet zelf in staat was zijn verhuizing te regelen, is dat oordeel onjuist en onvoldoende gemotiveerd.
6.5wordt geklaagd dat de slotoverweging van het hof dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een extra beloning van Veritas in verband met de verhuizing van Rechthebbende rechtvaardigen onjuist is. Het verrichten van (administratieve) werkzaamheden door een bewindvoerder voor een verhuizing zónder dat een mentor in beeld is, is immers één van de “voorkomende gevallen” die valt onder art. 3 lid Pro 5, onder b Beloningsregeling, aldus het middel.
6.6van de procesinleiding geklaagd dat voor zover het hof met zijn oordeel par. B.H4 en B.H8 van de Aanbevelingen (2025) heeft willen volgen, het hof miskent dat de Aanbevelingen niet bindend zijn en in strijd met de (opzet van) de wel bindende Beloningsregeling en dat die Beloningsregeling prevaleert.