Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het beroep tegen bestreden besluit 1 ongegrond is verklaard en voor zover de rechtbank de hoogte van de boete zelf heeft vastgesteld;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 gegrond en vernietigt dat besluit voor zover het de intrekking over de periode van 20 augustus 2020 tot en met 30 december 2020 betreft en de terugvordering in zijn geheel;
- herroept het besluit van 17 februari 2022 wat betreft die intrekking over die periode;
- draagt het dagelijks bestuur op een nieuwe beslissing op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 februari 2022 te nemen wat betreft de terugvordering met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat beroep tegen dit nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- stelt de boete vast op € 889,20;
- veroordeelt het dagelijks bestuur in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.200,-;
- bepaalt dat het dagelijks bestuur aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 138,- vergoedt.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) A.T. Dannenberg
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van Pro de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
Indien als gevolg van overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van een benadelingsbedrag, worden bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete de uitgangspunten in het tweede tot en met het tiende lid in acht genomen.
Indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 50 procent van het benadelingsbedrag.