Conclusie
1.Inleiding
freezing order.In 2011 is deze
freezing orderuiteindelijk door de Hoge Raad vernietigd. [2] Bij arrest van 18 januari 2019 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het Russische faillissementsvonnis inzake Yukos Oil niet in Nederland kan worden erkend vanwege strijd met de openbare orde en dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance B.V. is geworden. [3]
freezing orderaf te dwingen. In cassatie rijst de vraag of het hof de feitelijke grondslag van de vordering van Yukos International heeft miskend door het handelen van Promneftstroy als onrechtmatig aan te merken, aangezien zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de
freezing ordergetroffen gelden. Verder klaagt het middel dat het hof essentiële stellingen heeft gepasseerd en de strekking van het beroep van Promneftstroy op eigen schuld heeft miskend.
2.Feiten en procesverloop
Ordervan 26 mei 2006 heeft de
United States Bankruptcy Court (Southern District of New York)op verzoek van Rebgun (onder andere) Yukos International bevolen de opbrengst van de verkoop van haar belang in AB Mazeikiu Nafta te storten op een afzonderlijke rentedragende bankrekening en bepaald dat de verkoopopbrengst:
Ordervan 4 januari 2008 heeft de
United States Bankruptcy Court (Southern District of New York)onder meer beslist dat deze voorzieningen zullen eindigen op 21 januari 2008, tenzij:
freezing ordertussen 6 maart 2008 en 7 januari 2011 is niet onrechtmatig jegens Yukos International, indien het definitieve eindoordeel in het bodemgeschil over de rechtskracht van het Russische faillissementsvonnis in Nederland anders zou luiden dan het oordeel van de rechtbank in haar vonnis van 31 oktober 2007, oftewel indien alsnog onherroepelijk zal zijn beslist dat Promneftstroy wel rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden. Een dergelijke beslissing impliceert immers een bevestiging van het feit dat de
freezing orderdestijds terecht was opgelegd. De enkele weigering van de
freezing orderin hoogste instantie impliceert nog niet dat Promneftstroy jegens Yukos International aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. Het arrest van de Hoge Raad van 7 januari 2011 bevat geen oordeel over de materiële rechtsverhouding tussen Promneftstroy en Yukos International, die uitsluitend in het bodemgeschil ter beoordeling voorligt, en is enkel afgestemd op het oordeel van de rechtbank in het bodemgeschil. Een ander oordeel zou het ongewenste gevolg hebben dat een voorlopige voorziening in kort geding die achteraf blijkt terecht te zijn toegewezen, toch leidt tot aansprakelijkheid. Het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 [14] leidt niet tot een andere conclusie, omdat het oordeel dat ‘in beginsel dient te worden aangenomen dat degene die door dreiging met executie zijn wederpartij heeft gedwongen zich naar een in kort geding gegeven bevel te gedragen, onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld wanneer hij, naar achteraf in hoger beroep van het kortgedingvonnis of in een bodemgeschil blijkt, niet het recht had van de wederpartij te vergen dat deze zich overeenkomstig dit bevel gedroeg’ aldus moet worden uitgelegd dat de verwijzing naar ‘het kortgedingvonnis in hoger beroep’ alleen betrekking heeft op het geval dat het kort gedingarrest in kracht van gewijsde is gegaan en partijen ervan afzien het materiële geschil aan de bodemrechter voor te leggen. Is er wel een andersluidende bodemuitspraak, dan leidt dat immers tot terzijdestelling van het kort gedingvonnis/-arrest, ook als dat in kracht van gewijsde is gegaan, zo volgt uit art. 257 Rv Pro of, zoals in de onderhavige zaak, op basis van de afstemmingsregel tot vernietiging van het arrest van het hof van 24 februari 2009. [15] Het betoog van Yukos International dat Promneftstroy ook als aandeelhouder van Yukos Finance niet gerechtigd zou zijn geweest om de
freezing orderop te leggen, omdat niet aan het vereiste van enige (dreigende) onrechtmatige handeling van Yukos International of haar bestuur was voldaan, gaat niet op, omdat de achtergrond van de
freezing orderis dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder van Yukos Finance is en daarmee eigenaar van Yukos International (rov. 3.4).
freezing order. Dat betoog heeft het hof verworpen in het tussenarrest van 1 augustus 2017. In de stellingname van Yukos International ligt voldoende kenbaar als haar subsidiaire standpunt besloten dat de gestelde onrechtmatige daad van Promneftstroy volgt uit de onherroepelijk geworden eindbeslissing in de bodemzaak, inhoudende dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden, en als haar meer subsidiaire standpunt dat de gestelde onrechtmatige daad van Promneftstroy volgt uit het in deze zaak door de rechter te geven oordeel dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden (rov. 3.4). In de stellingen van Yukos International in deze zaak ligt tevens voldoende kenbaar als haar stelling besloten dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden, hetgeen Promneftstroy onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Promneftstroy is geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance geworden (rov. 3.5). Omdat Promneftstroy naleving van de
freezing orderheeft afgedwongen (rov. 3.6), heeft zij onrechtmatig jegens Yukos Finance gehandeld, aangezien zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de
freezing ordergetroffen gelden (rov. 3.7).
freezing ordergetroffen gelden, niet meebrengt dat de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd. Indien Promneftstroy Yukos International niet aan de
freezing orderzou hebben gehouden, zou er geen plaats zijn geweest voor die discussie. De schade is veroorzaakt doordat Promneftstroy naleving van de
freezing orderheeft afgedwongen en niet (mede) door enige aan Yukos International toe te rekenen omstandigheid, zodat het beroep van Promneftstroy op eigen schuld moet worden verworpen (rov. 3.20).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1heeft betrekking op rov. 3.1 t/m 3.7 van het eindarrest en het oordeel van het hof dat Promneftstroy onrechtmatig jegens Yukos International heeft gehandeld door naleving van de
freezing orderaf te dwingen, terwijl zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de
freezing ordergetroffen gelden. Het onderdeel valt uiteen in drie subonderdelen.
freezing order. [24] In de dagvaarding heeft Yukos International aangevoerd dat de uitkomst van de bodemzaak niet relevant is voor de vraag of Promneftstroy jegens haar aansprakelijk is. [25] Naast het arrest van de Hoge Raad van 7 januari 2011, heeft Yukos International in de dagvaarding ook gewezen op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2011, waarin een nieuwe
freezing orderten behoeve van Promneftstroy is geweigerd, [26] en het arrest van 19 oktober 2010, waarin zou zijn beslist dat Promneftstroy geen aandeelhouder in Yukos Finance is geworden. [27]
freezing orderin cassatie is vernietigd niet tot aansprakelijkheid jegens Yukos International kan leiden zonder kennis van de uitkomst van de bodemzaak. [28] Rosneft heeft dit verweer gepaard doen gaan met een verzoek tot aanhouding totdat in de bodemzaak bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak is beslist of Promneftstroy rechthebbende is geworden op de aandelen in Yukos Finance. [29] Tegen dit verzoek heeft Yukos International onder meer aangevoerd dat in de bodemzaak reeds in twee instanties is geoordeeld dat Promneftstroy de aandelen in Yukos Finance niet rechtsgeldig heeft verkregen, zodat er geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat uiteindelijk anders zal worden beslist. [30] De rechtbank heeft het verzoek tot aanhouding kennelijk afgewezen.
freezing orderslechts kan volgen uit een in kracht van gewijsde gegane uitspraak in de bodemzaak. Promneftstroy heeft daarbij aangevoerd dat het het hof niet vrijstaat een eigen oordeel te vormen over de afloop van de bodemzaak. [35] Bij memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft Yukos International wederom gewezen op de rechtskracht van het vonnis van 31 oktober 2007 en de afstemmingsregel, zodat van afwijzing van haar vordering geen sprake kan zijn zolang in de bodemzaak niet anders is beslist omtrent de eigendom van Yukos Finance. [36] Het is bij deze memorie dat Yukos International het hof voor het eerst (subsidiair) heeft verzocht de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de bodemzaak. [37] Verder heeft Yukos International benadrukt dat de vraag of Promneftstroy als vermeend aandeelhouder van Yukos Finance recht zou hebben gehad op de
freezing orderwel degelijk voorligt in het onderhavige geding. [38] Promneftstroy heeft bezwaar gemaakt tegen het aanhoudingsverzoek en aangevoerd dat zij in de bodemzaak nog mag en kan aantonen dat zij het recht had naleving van de
freezing orderaf te dwingen. [39]
freezing orderpas als onrechtmatig kan worden bestempeld als de uitkomst van het vonnis van 31 oktober 2007, waarop de Hoge Raad zijn arrest van 7 januari 2011 heeft afgestemd, onaantastbaar is geworden. Van aansprakelijkheid zal immers geen sprake zijn indien in de hoofdzaak (alsnog) komt vast te staan dat de overdracht van de aandelen in Yukos Finance aan Promneftstroy rechtsgeldig is, aldus het hof. Hierbij heeft het hof opgemerkt dat het arrest van 7 januari 2011 geen oordeel bevat over de materiële rechtsverhouding tussen Promneftstroy en Yukos International, aangezien deze rechtsverhouding uitsluitend in de bodemzaak ter beoordeling voorligt. Het betoog van Yukos International dat Promneftstroy ook als aandeelhouder van Yukos Finance niet gerechtigd zou zijn geweest om de
freezing orderop te leggen heeft het hof verworpen, omdat de achtergrond van de
freezing orderis dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder van Yukos Finance en daarmee eigenaar van Yukos International is (rov. 3.4). Gelet op deze overwegingen, heeft het hof iedere beslissing aangehouden totdat in rechte onherroepelijk is komen vast te staan dat Promneftstroy al dan niet rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden (rov. 3.5).
freezing orderaf te dwingen, terwijl zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de
freezing ordergetroffen gelden (rov. 3.7).
freezing orderen het handhaven daarvan [43] ;
freezing orderen het handhaven daarvan [45] ; en
freezing orderonrechtmatig is [46] .
freezing orderaf te dwingen, terwijl zij geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance was en geen zeggenschap had over de door de
freezing ordergetroffen gelden. De uitleg van de stellingen van Yukos International door het hof is ook niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd.
nietis genomen. [54] Voor zover Promneftstroy in onderdeel 1.2 een rechtsklacht wil opwerpen, versta ik de klacht aldus dat daarin een beroep wordt gedaan op schending van art. 24 Rv Pro, in de zin dat de in de antwoordakte opgeworpen verweren niet zijn behandeld. [55]
freezing order, ten onrechte, althans zonder toereikende motivering, heeft gepasseerd. Promneftstroy heeft betoogd dat Yukos International met de door de
freezing ordergetroffen gelden nooit een ander doel voor ogen heeft gehad dan die geheel en 'om niet' ter beschikking te stellen aan haar eigen stakeholders of de voormalige stakeholders van Yukos Oil zodra de
freezing orderzou zijn beëindigd, tenzij deze gelden aan Promneftstroy zouden toekomen. De stakeholders hebben jegens Yukos International geen aanspraak op uitkering van deze gelden en het rendement daarover, zodat Yukos International geen relevante schade zou hebben geleden, aldus het onderdeel.
freezing orderheeft afgedwongen en niet (mede) door enige aan Yukos International toe te rekenen omstandigheid. Volgens het onderdeel miskent deze motivering dat voor toepassing van de schadebeperkingsplicht rechtens juist aanleiding zal bestaan, indien de oorzaak van het mogelijk ontstaan van schade als zodanig niet mede aan de benadeelde zelf kan worden toegerekend maar de nodeloze vergroting van de omvang van die schade wel. Volgens Promneftstroy heeft Yukos International zich aan dit laatste schuldig gemaakt door het aanbod van Promneftstroy tot medewerking aan ‘cash management’ van de door de
freezing ordergetroffen gelden af te slaan. Uit rov. 3.20 van het eindarrest valt niet af te leiden dat en waarom het volgens het hof voor/van Yukos International redelijkerwijs niet mogelijk en/of vergbaar was om met Promneftstroy te overleggen over dergelijk ‘cash management’, aldus het onderdeel.
freezing ordergetroffen gelden, brengt niet mee dat de schadevergoedingsplicht moet worden verminderd. Indien Promneftstroy Yukos International niet aan de
freezing orderzou hebben gehouden, zou er geen plaats geweest zijn voor die discussie. De schade is veroorzaakt doordat Promneftstroy naleving van de
freezing orderheeft afgedwongen en niet (mede) door enige aan Yukos International toe te rekenen omstandigheid. Het beroep op eigen schuld moet dus worden verworpen. In zoverre wijkt het oordeel van het hof af van het oordeel van de rechtbank, maar op de door de rechtbank uitgesproken dicta heeft dat geen invloed.’
freezing ordergetroffen gelden niet in zodanig verband staat met de door het handhaven van de
freezing orderveroorzaakte schade, dat de schade in redelijkheid mede als een gevolg van deze opstelling aan Yukos International kan worden toegerekend. [69] Als zodanig geeft het oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de toepassing van art. 6:101 lid 1 BW Pro en de schadebeperkingsplicht. Evenmin is het oordeel onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Dat het hof niet heeft toegelicht waarom het voor/van Yukos International redelijkerwijs niet mogelijk en/of vergbaar was om met Promneftstroy te overleggen over een aanpassing van de
freezing order, maakt dit niet anders. Het onderdeel faalt daarom.