Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
Deze grief treft geen doel. Dexia miskent dat de afnemer niet heeft volstaan met een enkele betwisting, maar onder verwijzing naar de biljetten van proces van 1999, zijn aangiftebiljet van 2000 en een brief aan de belastingdienst Oost aan de echtgenote van de afnemer heeft onderbouwd dat zijn inkomen het enige en dus hoogste inkomen is. Daaraan heeft de afnemer bij conclusie van dupliek in reconventie nog toegevoegd de belastingaanslag over 1999 en een begeleidende brief van de belastingdienst waaruit volgt dat de definitieve aanslag inkomstenbelasting over 1999 definitief is vastgesteld op basis van het aangiftebiljet waarin alleen het inkomen van de afnemer staat. Hierop is Dexia niet ingegaan en ook de inhoud van de producties die de kantonrechter in zijn beoordeling heeft betrokken, heeft Dexia in hoger beroep onvoldoende bestreden. Het hof acht met deze gegevens voldoende aangetoond dat het inkomen van de afnemer het hoogste inkomen binnen het gezin was en, in het verlengde daarvan, dat de afnemer met zijn inkomen in de tweede schijf viel. Met de kantonrechter oordeelt het hof dat van het door de afnemer berekende fiscale voordeel moet worden uitgegaan.