Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft zes effectenleaseovereenkomsten tussen Dexia en een afnemer, tot stand gekomen via een tussenpersoon zonder vergunning voor beleggingsadvies. De kernvraag was of de tussenpersoon vergunningplichtig heeft geadviseerd en of Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld door de effectenleaseovereenkomst aan te gaan terwijl zij wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon vergunningplichtig adviseerde zonder vergunning. Dexia stelde in hoger beroep dat geen sprake was van vergunningplichtige advisering en dat zij niet op de hoogte was van advisering door de tussenpersoon.
Het hof bevestigt dat de tussenpersoon als effectenbemiddelaar zonder vergunning vergunningplichtig adviseerde en dat Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn, mede gelet op de gebruikelijke werkwijze van tussenpersonen en haar eigen verplichtingen. Dexia had navraag moeten doen naar de aard van de advisering. Het hof wijst de grieven van Dexia af, bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt Dexia tot volledige schadevergoeding, inclusief de fictieve restschuld, en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Dexia onrechtmatig handelde en veroordeelt Dexia tot volledige schadevergoeding en betaling van proceskosten.