Uitspraak
- ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ (feit 1);
- ‘medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 2);
- ‘gewoontewitwassen’ (feit 3);
- ‘deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ (feit 4)’;
- ‘deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, terwijl de feiten 4 en 5 in voortgezette handeling zijn gepleegd’ (feit 5);
- ‘medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 6);
- ‘medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod (A) en medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod (B)’,
€ 135.800,- en een scooter van het merk Piaggio verbeurdverklaard en ten aanzien van een geldbedrag van € 64.200, drie vorderingen, een personenauto met kenteken [kenteken 2] , drie horloges en een ring de teruggave aan de rechthebbende gelast.
opzettelijkhandelt in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie”
(onderstreping door het hof)– en gelet op het feit dat deelneming aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140, eerste lid, Sr enkel bewezen kan worden als sprake is van een oogmerk tot het plegen van misdrijven – en dus geen overtredingen –, heeft de steller van de tenlastelegging naar het oordeel van het hof kennelijk abusievelijk het woord ‘opzettelijk’ niet opgenomen in de tenlastelegging.
opzettelijktelen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van hennep (…)”
(onderstreping door het hof).
- een woning/pand en/of aanhorigheden, althans onroerend(e) goed(eren), gelegen aan [adres 4] en/of roerend(e) goed(eren) behorende bij die woning/dat pand (3.4.3.) en/of
- een woning/pand en/of aanhorigheden, althans onroerend(e) goed(eren), gelegen aan [adres 5] en/of roerend(e) goed(eren) behorende bij die woning/dat pand (3.4.4.) en/of
- een woning/pand en/of aanhorigheden, althans onroerend(e) goed(eren), gelegen aan [adres 6] en/of roerend(e) goed(eren) behorende bij die woning/dat pand (3.4.5.) en/of
- een of meer geldbedrag(en) (contante betalingen vakantiereizen) tot een totaal(bedrag) van 5.415,15 euro (3.5.1.) en/of
- een auto (Toyota Landcruiser, kenteken [kenteken 3] ) (3.5.2.) en/of
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 4] ) (3.5.3.) en/of
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 1] ) (3.5.4.) en/of
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 5] ) (3.5.4.) en/of
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 6] ) (3.5.4.) en/of
- een auto (Ford Ka, kenteken [kenteken 7] ) (3.5.5.) en/of
- een auto (Fiat Panda, kenteken [kenteken 8] ) (3.5.5.) en/of
- een geldbedrag van 200.000 euro (begraven in de tuin van zijn woning gelegen aan [adres 6] ) (3.6.2.) en/of
- een geldbedrag van 10.000 euro (verborgen in de schuur behorende bij woning gelegen aan [adres 6] ) (3.6.2.) en/of
- een geldbedrag van 43.250 euro (verborgen in een woning gelegen aan [adres 7] ) (3.6.2.) en/of
- een scooter (Piaggio, type C38, kenteken [kenteken 9] ) (3.6.3.) en/of
- het al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van hennep en/of
- diefstal door middel van braak en/of verbreking van energie/stroom en/of
- het opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk en/of stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaken of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelen en/of
- het witwassen (van de opbrengsten van bovengenoemde misdrijven)
- witwassen van voorwerpen en/of
- diefstal door middel van braak en/of verbreking van stroom en/of
- het opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk en/of stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaken of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelen en/of
- afpersing en/of diefstal door middel van en/of gevolgd van geweld van geldbedragen en/of hennep en/of de opbrengsten van hennep en/of
- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling,
- een woning/pand en aanhorigheden, gelegen aan [adres 4] en roerende goederen behorende bij die woning/dat pand en
- een woning/pand en aanhorigheden, gelegen aan [adres 5] en roerende goederen behorende bij die woning/dat pand en
- een woning/pand en aanhorigheden, gelegen aan [adres 6] en roerende goederen behorende bij die woning/dat pand en
- geldbedragen (contante betalingen vakantiereizen) tot een totaalbedrag van 5.415,15 euro en
- een auto (Toyota Landcruiser, kenteken [kenteken 3] ) en
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 4] ) en
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 1] ) en
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 5] ) en
- een auto (Fiat 500, kenteken [kenteken 6] ) en
- een auto (Ford Ka, kenteken [kenteken 7] ) en
- een auto (Fiat Panda, kenteken [kenteken 8] ) en
- een geldbedrag van 200.000 euro (begraven in de tuin van zijn woning gelegen aan [adres 6] ) en
- een geldbedrag van 10.000 euro (verborgen in de schuur behorende bij woning gelegen aan [adres 6] ) en
- een geldbedrag van 43.250 euro (verborgen in een woning gelegen aan [adres 7] ) en
- een scooter (Piaggio, type C38, kenteken [kenteken 9] ),
- i) sprake is geweest van een organisatie;
- ii) deze organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 140, eerste lid, Sr, dan wel het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, (oud) van de Opiumwet en
- iii) het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan deze organisatie.
een organisatieals bedoeld in artikel 140, eerste lid, Sr en artikel 11a, eerste lid, (oud) van de Opiumwet moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere (rechts)persoon. Een dergelijk samenwerkingsverband kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon met minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde, terwijl de juridische status van het samenwerkingsverband niet relevant is. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben. Dat voor het bestaan van een ‘organisatie’ in de zin van artikel 140, eerste lid, Sr of 11a, eerste lid, (oud) van de Opiumwet een vorm van ‘hiërarchie’ of ‘geledingen’ vereist is, vindt geen steun in het recht. Het moet in ieder geval gaan om een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, dat als eenheid kan opereren – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. [9]
oogmerk heeft het plegen van misdrijven (artikel 140, eerste lid, Sr)of
van een bepaald misdrijf (artikel 11a, eerste lid, Opiumwet). Het oogmerk betreft het naaste doel van de organisatie en niet dat van de verdachte/deelnemer aan de organisatie. [12] Niet is vereist dat het plegen van de misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet te plegen. [13] Het oogmerk kan daarbij gericht zijn op een enkel, specifiek genoemd delict of meerdere delicten uit het Wetboek van Strafrecht of de Opiumwet. Ten aanzien van artikel 140 Sr Pro is een pluraliteit daarvan noodzakelijk. [14] Het oogmerk impliceert dat de desbetreffende misdrijven – of pogingen of voorbereidingen daartoe – nog niet hoeven te hebben plaatsgevonden en behoeven in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zullen wel uit de bewijsmiddelen moeten blijken. [15] Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de activiteiten die met dit doel worden verricht. [16]
deelneming aan de organisatie. Van deelneming is in objectieve zin sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. [17] Beide vereisten zijn te beschouwen als nevengeschikt, maar zijn tevens onderling nadrukkelijk samenhangend. Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met het misdrijf of de misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld ‘een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie’. Niet is vereist derhalve dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen.
Daartoe heeft de raadsman – op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – aangevoerd dat de verdachte weliswaar tot 2003 in de hennepteelt heeft gezeten, maar gedurende de tenlastegelegde periode reeds ‘met pensioen’ was. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 4] niet als steunbewijs voor de verklaringen van [medeverdachte] kunnen worden aangemerkt, nu hij slechts in algemeenheden heeft verklaard over de familie [familienaam] , zijn kennis te dier zake ontleent aan hetgeen hij gehoord heeft en voorts weinig zicht heeft op de precieze rol van de verdachte. De verklaringen van [medeverdachte 5] en [betrokkene 12] kunnen evenmin als steunbewijs worden aangemerkt, omdat zij verklaard hebben weinig over de precieze rol van de verdachte te weten. Concrete gedragingen van de verdachte kunnen dan ook niet bewezen worden of, voor zover deze wel bewezen kunnen worden, zijn van onvoldoende gewicht om van deelneming aan een criminele organisatie te kunnen spreken.
- makelaars voor het huren van panden waar kwekerijen in gebouwd konden worden;
- katvangers voor de huur van panden en het doen van aankopen;
- werkers om de kwekerijen op te bouwen, te onderhouden, te oogsten en alle voorkomende klussen te doen;
- vaste elektriciens die alle werkzaamheden met betrekking tot de elektra deden;
- vaste knipploegen voor het verwerken van de oogst.
(het hof: [medeverdachte 2] , hierna [medeverdachte 2] ). [medeverdachte 2] was de tweelingbroer van de toenmalige vriendin van [verdachte]
(het hof: [betrokkene 1] )en fungeerde als zijn rechterhand. [medeverdachte 2] regelde het grootbrengen van de planten, deed het onderhoud van de kwekerij en ging over de inrichting.
- [medeverdachte 1]
- [medeverdachte 5]
- [medeverdachte 4]
- [medeverdachte 6]
(het hof: [medeverdachte 7] , hierna [medeverdachte 7] )en [medeverdachte 8]
(het hof: [medeverdachte 8] , hierna [medeverdachte 8] ). [medeverdachte 8] was aanvankelijk een katvanger voor [medeverdachte] en [medeverdachte 2] , maar later ook voor [verdachte] en [medeverdachte 3]
(het hof: [medeverdachte 3] , hierna [medeverdachte 3] ).
(het hof: de einddatum van de bewezenverklaarde periode is de datum waarop de verdachten in Onderzoek Heemskerck zijn aangehouden door de politie)verklaard .
- [medeverdachte 10]
- [medeverdachte 11]
- [medeverdachte 12] , de vaste elektricien (in de periode tot 2010);
- [medeverdachte 13]
- [medeverdachte 8] , een katvanger die voor [verdachte] panden op zijn naam had staan.
(het hof: hierna [betrokkene 3] )verklaarde dat hij, via makelaar [medeverdachte 13] , werd betrokken bij de verhuur van panden voor hennepkwekerijen. Het zou daarbij gaan om de groep die betrokken was bij de kwekerij aan [adres 9]
(het hof: de kwekerij van feit 2).
(het hof begrijpt: [getuige 2], de huurder van het restaurant, en heeft hem verteld dat hij in het voorste gedeelte van het appartement een kwekerij wilde beginnen. De bovenverdieping zou in eerste instantie gehuurd worden door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is een aantal dagen later met [medeverdachte] naar [bedrijf 1] gegaan, maar uiteindelijk is het contract op naam van [medeverdachte 5] gesteld. Nadat [medeverdachte] een en ander nogmaals met [medeverdachte 3] had bekeken, hebben zij samen overleg gehad met [verdachte] , waarna door [verdachte] werd besloten dat op het adres een hennepkwekerij ingericht kon worden.
- het aantal planten;
- de te behalen oogsten per jaar;
- het gebruik van technische hulpmiddelen/toepassing van hoogwaardige technologie ter vermeerdering van de opbrengst;
- de omvang van de teelt, mede gelet op de daarvoor noodzakelijke investeringen en risico’s;
- de omstandigheden waaronder wordt gekweekt, bijvoorbeeld in loodsen of onder glas, met gebruik van zogeheten daglichtlampen of met behulp van temperatuur- en bevloeiingsregulering.
- een geringe waarde van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel dat met een op legale wijze verkregen vermogen vermengd is geraakt, al dan niet in verhouding tot de omvang van het op legale wijze verkregen deel;
- een groot tijdsverloop tussen het moment waarop het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel is vermengd met het legale vermogen en het tijdstip waarop het verwijt van witwassen betrekking heeft;
- een groot aantal of bijzondere veranderingen in dat vermogen in de tussentijd;
- een incidenteel karakter van de vermenging van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel met het legale vermogen.
De inkomenspositie van de verdachte (en zijn partner [betrokkene 2] )
(het hof: een arbeidsongeschiktheidsuitkering)ontvangt. Niet is gebleken dat de verdachte en [betrokkene 2] over meer of andere legale inkomsten konden beschikken dan de hiervoor genoemde. Wel volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte en [betrokkene 2] voor de door hen aangekochte onroerende goederen, zoals opgenomen in de tenlastelegging, telkens een hypotheek hebben afgesloten en dat zij verschillende persoonlijke geldleningen overeen zijn gekomen.
De panden aan [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] en daarbij behorende roerende goederen
Een geldbedrag van € 5.415,15 (contante betalingen vakantiereizen )
Een auto (Toyota Landcruiser) met kenteken [kenteken 3]
het hof begrijpt: uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme) werd omzeild.
Vier auto’s (Fiat 500) met de kentekens [kenteken 1] , [kenteken 4] , [kenteken 5] en [kenteken 6]
het hof begrijpt: [adres 4], betreffende de verkoop van een Fiat 500 Cabrio 1.2 Lounge voor een totaalbedrag van € 23.000,-. Uit de bewijsmiddelen volgt dat deze Fiat 500 voorzien was van het kenteken [kenteken 4] en dat het kenteken per 2 oktober 2009 op naam van [betrokkene 5] , de vader van de verdachte, geregistreerd is. Bij de aankoop van de hiervoor genoemde Fiat 500 is, op 1 oktober 2009, een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 11] ingeruild voor een bedrag van € 18.000,-. Het kenteken van deze Volkswagen Golf was sinds 6 juni 2009 geregistreerd op naam van [medeverdachte 3] . Voor de aankoop van de Fiat 500 is daarbovenop een bedrag van € 5.000,- aan contant geld bijbetaald. Dit bedrag is op 28 september 2009 op de bankrekening van [bedrijf 8] gestort. Op de bankrekening van [medeverdachte 3] zijn geen contante opnamen aangetroffen die te herleiden zijn tot de betaling van de Fiat 500 met kenteken [kenteken 4] . Op 23 september 2010 is Fiat 500 met kenteken [kenteken 4] door [bedrijf 7] ingekocht voor een bedrag van € 16.000,-. Op het debiteurenbewijs van deze inkoop is de naam van de vader van de verdachte, [betrokkene 5] , vermeld en op de bankrekening van [betrokkene 5] is op 8 november 2010 een bedrag van € 14.000,- bijgeschreven afkomstig van [bedrijf 7]
Een auto (Ford Ka) met kenteken [kenteken 7] en een auto (Fiat Panda) met kenteken [kenteken 8]
Een geldbedrag van € 200.000,- (aangetroffen in de tuin van de woning aan [adres 6] )
Een geldbedrag van € 10.000,- (aangetroffen in de berging behorende bij de woning aan [adres 6] )
het hof begrijpt: bij de woning aan [adres 6]) heeft gevonden, omdat hij dat geld niet van het sparen heeft. Op de vraag van de verbalisanten waar de verdachte het geld dan vandaan heeft, antwoordde hij: “Ik heb veel geld verdiend in de hennep en ik heb zuinig geleefd op mijn huizen na.”
Een geldbedrag van € 43.250,- (aangetroffen in een woning gelegen aan [adres 7] )
Een scooter (Piaggio, type C38) met kenteken [kenteken 9]
gevangenisstrafvoor de duur van
33 (drieëndertig) maanden;
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een deel van het onder nummer 808556 genoemde bedrag, groot [geldbedrag] , alsmede van de onder de navolgende nummers op de aan dit arrest gehechte beslaglijst genoemde voorwerpen: 4, 807215, 819589, 819913, 819916, 819918, 2 en 3;