Conclusie
Inleiding
1. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s Z019-Z020).
de verbalisanten (of één van hen):
de getuige [benadeelde 1]:
[slachtoffer]). Onze zoon ligt vanaf zaterdag in het ziekenhuis. [slachtoffer] was steeds bij onze zoon. Ik heb mijn man op 1 oktober 2019 afgelost rond 14:00 uur. Mijn man heeft ons dochtertje meegenomen. Mijn man heeft verteld dat hij naar [verdachte] ging. Mijn man werkt als kapper en huurt vanaf 2016 een winkelruimte op het adres [a-straat 1] Amsterdam.
de getuige [benadeelde 1]:
(op 1 oktober 2019) om 14:30 uur een afspraak had met [verdachte] ; hij zou 3 a 4 uur wegblijven. Ik heb hem om 15:30 uur of 16:00 uur nog gebeld om te vragen hoe het met onze dochter ging. Ik heb mijn man om 17:01 uur voor het laatst gesproken. Hij zei dat hij onderweg was naar huis.
inwendig en uitwendig
(near) contact wound).
de getuige [verdachte] :
de verdachte [verdachte]:
vier stappen, drie stappen..
de verdachte [verdachte]:
van de verbalisanten (of één van hen):
de verbalisanten (of één van hen):
de verbalisant:
stillsvan de camerabeelden van Endemol Shine laten zien.
side skirtste zien, dat zijn de zwarte strips aan de zijkant; in combinatie met de achterbumper lijkt het een AMG uitvoering. De auto lijkt voorzien te zijn van matte lak, wat ook typisch is voor een AMG.
de verbalisant:
Ritnummer 2345op 1 oktober 2019 tussen 14:35 uur en 15:20 uur.
Ritnummer 2346op 1 oktober 2019 tussen 17:12 uur en 18:32 uur.
de verbalisant:
2346.
trigger_2754_HU_20191002_173538_SYS_CA05.TZG
de verbalisant:
Relevante telefoonnummers:
[telefoonnummer 1])
zie p. 335(*
[telefoonnummer 2]);
[telefoonnummer 3]);
[telefoonnummer 4]).
zie p. 336;
zie p. 338;
zie p. 338.)
[imeinummer]). De historische gegevens van dit imeinummer zijn opgevraagd over de periode van 1 september 2019 tot en met 8 oktober 2019.
de verbalisant:
de verbalisant:
record 36. De status van deze belbeweging moet zijn:
answered. Call Duration (Seconds):33. Tevens blijkt dat deze Call Log is tot stand gekomen via een zogenaamde
Third Part Application. Uit de naam daarvan is op te maken dat deze verbinding tot stand is gekomen via Facebook Messenger. Met behulp van de vertaling door een tolk in de Arabische taal is de inkomende beller geduid als De moeder van [betrokkene 4] .
de getuige [benadeelde 4](ook aangeduid als: A):
ikweet dit. De dag van het overlijden van [slachtoffer] waren wij aan het beeldbellen. [slachtoffer] had afgesproken dat [benadeelde 1] naar [benadeelde 2] zou gaan in het ziekenhuis. [slachtoffer] ging met zijn dochter naar de afspraak. Hij ging vanuit het ziekenhuis naar huis om te douchen. We spraken elkaar na het douchen. Hij was zeer bang voor [verdachte] .
de verbalisant:
de verbalisanten(of één van hen):
de getuige [betrokkene 5]:
opmerking hof: zie de aantekening van de getuige op de bijgevoegde plattegrond 1).
opmerking hof: zie de aantekening van de getuige op de bijgevoegde plattegrond 2).
de getuige [betrokkene 5]:
neusklaarom weg te rijden, daarmee bedoel ik dat zijn kont tegen de bosjes aan stond. De Mercedes stond parallel aan deze auto, ook met de neus naar voren gericht.
de getuige [betrokkene 5]:
de verbalisant:
de verbalisant:
de verbalisant:
de getuige [betrokkene 6]:
het hof begrijpt: op 1 oktober 2019) weer naar dat weggetje gereden waar ik een week eerder met de monteur ook had gereden. Zo kon ik luisteren of het geluidje weg was. De Mercedes garage is gevestigd bij de (
Burgemeester) Stramanweg.
het hof begrijpt: van de week voor 1 oktober 2019). Als je terugrijdt hoef je inderdaad niet te steken of te keren. Ik weet niet meer of je voor het rijden van dat rondje om parkeerplaatsen heen moest rijden. Ik denk dat een rondje ongeveer drie minuten duurt. Gedurende de twee rondjes heb ik geen andere taxi gezien. Dat valt meestal wel op.
daar) die dag heb gezien. Ik heb erover nagedacht, maar ik kan mij niets specifieks herinneren. Ook niet over auto’s die geparkeerd stonden of rondreden.
de verbalisanten (of één van hen):
extreem veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is.
extreem veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 3 waar is dan wanneer hypothese 4 waar is.
de verbalisant:
de verdachte [verdachte](pagina’s P196, P203-204 en P207-208):
veel waarschijnlijkerwanneer de schootsafstand kleiner is dan 2,5 centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan 2,5 centimeter.
de verbalisanten (of één van hen):
de verbalisanten (of één van hen):
zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
zijn zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
zeer veel waarschijnlijkerwanneer hypothese A1 waar is, dan wanneer hypothese A2 waar is, waarbij:
iets waarschijnlijkerwanneer hypothese V1 waar is, dan wanneer hypothese V2 waar is.
iets waarschijnlijkerwanneer hypothese V1 waar is, dan wanneer hypothese V2 waar is.
meer dan een miljard keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
meer dan een miljard keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
zeer groot. De kans om in een bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) DNA van verdachte aan te treffen is
groot. Op het wapen is ook DNA van onbekende personen aangetroffen. Onder deze hypothese is dit achtergrond DNA dat niet gerelateerd is aan de betwiste handelingen. De kans om in een bemonstering van de buiten- of de binnenzijde van [h]et wapen ook DNA van een of meer onbekende personen aan te treffen is
groot. Samengenomen betekent dit dat de kans op het verkregen onderzoeksresultaat (DNA van verdachte en een of meer onbekende personen) van de bemonstering van de slede
grootis. De kans op het resultaat van de bemonstering van de binnenzijde van het wapen is eveneens
groot.
betrekkelijk groot. De kans om in een bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) DNA van verdachte aan te treffen is
klein. De kans om in een bemonstering van de buiten-of de binnenzijde van het wapen DNA van een of meer onbekende personen aan te treffen (achtergrond DNA) is
zeer groot. Samengenomen betekent dit dat de kans op het verkregen onderzoeksresultaat (DNA van verdachte en een of meer onbekende personen) van de bemonstering van de slede
betrekkelijk grootis. De kans op het resultaat van de bemonstering van de binnenzijde van het wapen is
klein.
klein. De kans om onder deze hypothese in deze bemonstering wel DNA van verdachte aan te treffen is
betrekkelijk groot. De kans om onder deze hypothese geen DNA van het slachtoffer aan te treffen in de bemonstering van de binnenzijde van het wapen (onder de kolfplaten) is
klein.De kans om in deze bemonstering wel DNA van verdachte aan te treffen is, evenals onder hypothese 2,
klein.
zeer klein.
de verdachte [verdachte](pagina’s P52- 58):
verdachte [verdachte]:
de getuige [benadeelde 1](pagina’s Z394-402):
de verbalisanten (of één van hen):
de getuige [betrokkene 8]:
de getuige [betrokkene 9]:
Tijdlijn
Vaststelling feiten
slechte boelwas. Hij zag dat er een kind achterin de auto zat. Het kind reageerde wel. Desgevraagd heeft [betrokkene 5] het merk en kenteken van de auto doorgegeven.
raceriggemaakt.
hierna te noemen: het laatste telefoongesprek) en hij dus nog in leven was, en het tijdstip waarop de getuige [betrokkene 5] het slachtoffer levenloos achter het stuur van zijn Volkswagen Golf heeft aangetroffen.
extreem veel waarschijnlijkerzijn wanneer de kogel en de huls zijn verschoten met het aangetroffen vuurwapen dan met een ander vuurwapen.
veel waarschijnlijkerzijn wanneer de schootsafstand kleiner is dan 2,5 centimeter, dan wanneer de schootsafstand groter is dan 2,5 centimeter.
zeer veel waarschijnlijkerzijn wanneer in de bemonsteringen van de jas en de auto schotresten aanwezig zijn dan wanneer géén schotresten aanwezig zijn.
iets waarschijnlijkerdat het waar is dat de schotresten op de jas en in de auto afkomstig zijn van het verschieten van de aangetroffen huls dan van het verschieten van een willekeurige andere huls.
meer dan een miljard keer waarschijnlijkerwanneer de bemonsteringen op de slede en onder de greepplaten DNA bevatten van onderscheidenlijk de verdachte en (een) willekeurige onbekende perso(o)n(en) dan als zij slechts DNA bevatten van willekeurige personen. Geen aanwijzing is verkregen voor de aanwezigheid van DNA van het slachtoffer in deze bemonsteringen. De DNA-sporen op de loop voorzijde/binnenzijde en aan de binnen- en buitenkant van de loop van het vuurwapen kunnen afkomstig zijn van het slachtoffer.
sledeen
onder de kolfplatenvan het wapen DNA van de verdachte en een of meer onbekende personen aan te treffen is
onderscheidenlijk zeer groot en groot.
sledeen
onder de kolfplatenDNA van de verdachte, en een of meer onbekende personen aan te treffen is onderscheidenlijk
klein en zeer klein.
de sledeen
onder de kolfplatenis
klein.
de verdachteen een of meer onbekende personen aan te treffen is onderscheidenlijk
betrekkelijk grooten
klein.
iets waarschijnlijkeris wanneer
hypothese 1waar is dan wanneer hypothese 2 waar is,
veel waarschijnlijkeris wanneer
hypothese 1waar is dan wanneer hypothese 3 waar is
het waarschijnlijkeris wanneer
hypothese 2waar is dan wanneer hypothese 3 waar is.
even waarschijnlijkwanneer hypothese 1 waar is als wanneer hypothese 2 waar is,
iets waarschijnlijkerwanneer
hypothese 1waar is dan wanneer hypothese 3 waar is en
iets waarschijnlijkerwanneer
hypothese 2waar is dan wanneer hypothese 3 waar is.
het hof begrijpt: de Etnastraat) gereden en hebben naar het wapen gekeken. Ze hebben niet geschoten want het wapen deed het niet; het ding bovenop het pistool (
het hof begrijpt: de slede) kon niet naar achteren worden getrokken. Het slachtoffer zou het wapen teruggeven. Twee tot drie dagen later werd de verdachte gebeld door het slachtoffer; hij wist nu hoe het wapen werkte: ze hadden het niet goed gedaan. De verdachte en het slachtoffer zijn met de auto van het slachtoffer naar dezelfde plek achter McDonalds gereden om het wapen te proberen. De kogels zaten in het wapen. Het slachtoffer heeft in de auto een paar keer de slede naar achteren getrokken, de verdachte heeft de slede niet naar achteren gedaan. De verdachte heeft twee keer geschoten, het slachtoffer drie a vier keer. Het ging beide keren bij de Aker om hetzelfde vuurwapen. De verdachte kon de politie de plek aanwijzen waar zij hadden geschoten, de hulzen moesten er nog liggen. De verdachte heeft de in beslag genomen en onderzochte rode jas op 1 oktober 2019 gedragen. In september 2019 heeft de verdachte de jas vaak gedragen.
Tussenconclusies: combinatie van de bevindingen uit de tijdlijn en het forensisch onderzoek
Alternatieve scenario’s
Bewezenverklaring ter zake van doodslag en vrijspraak terzake van moord en medeplegen
Toen ik naast de auto stond, ter hoogte van de man, zag ik dat hij in zijn rechterhand een vuurwapen vast hield gelijkend op een Baretta model 81....Ik zag dat zijn Wijsvinger op de trekker zat ..... Terwijl ik over hem heen bukte heb ik zijn wijsvinger van de trekker gehaald waarna ik hem bij zijn pols heb gepakt en het vuurwapen uit zijn hand heb geschut.”
eerste deelklachthoudt in dat het door de verdachte aangedragen alternatieve scenario dat niet de verdachte het slachtoffer heeft gedood maar het slachtoffer door (niet opzettelijke) zelfdoding om het leven is gekomen, door het hof niet toereikend is weerlegd en/of dat het hof op daartoe niet toereikende en/of onbegrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat de gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden.
tweede deelklachthoudt in dat het hof bij de beoordeling van de in verband met het alternatief scenario gedane voorwaardelijke verzoeken tot nader onderzoek een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd en/of deze verzoeken (telkens) heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen en/of dat de afwijzing(en) van die verzoeken (telkens) onbegrijpelijk is.
Verslag video-bespreking op 2 september 2020 mbt onderzoekswensen schotresten
(toevoeging van dhr. Knijnenberg (3 september 2020): als er wordt gesproken over aantallen schotrestdeeltjes, dan worden hiermee de aantallen categorie A deeltjes bedoeld. Van de categorie B deeltjes staat onvoldoende vast dat deze daadwerkelijk schotresten zijn) en er wordt geen duidelijk spreidingspatroon vastgesteld o.b.v. de huidige resultaten. Hiermee bedoelt dhr. Knijnenberg dat er niet één of meerdere bemonsteringen zijn, die qua aangetroffen aantallen schotresten afwijken van de overige (op dit moment) onderzochte bemonsteringen.Mr. Witlox vraagt waar dit is vastgelegd.
Beantwoording dhr. Knijnenberg (3 september 2020): In het rapport van 8 mei 2020 staan de aantallen aangetroffen categorie A deeltjes in de diverse tabellen vermeld, i.e. op de 4 bemonsteringen van de mouwen van de jas zijn in totaal 2 categorie A deeltjes aangetroffen, op de 2 bemonsteringen van de binnenzijde van de mouwen 1 categorie A deeltje en op de 3 bemonsteringen van de zakken van de jas in totaal 5 categorie A deeltjes.
Toevoeging dhr. Knijnenberg (3 september 2020): Kleine details in de te onderzoeken scenario’s kunnen grote invloed hebben op de uitkomsten. De verblijfstijd in de auto na het schieten zal van invloed zijn op de aantallen deeltjes die initieel neerkomen op een jas van een schutter. Het is in experimenten niet mogelijk om al dit soort variabelen uitputtend mee te nemen.
“ten aanzien van de vragen over een eventueel spreidingspatroon van aanwezige schotresten (is) met de aanvrager en opdrachtgever op 10 februari 2020 en medio maart/april afgesproken om vooralsnog alleen bemonsteringen uit te voeren, maar om deze vooralsnog niet allemaal te onderzoeken.”Dit komt overeen met pagina 7 van het schotrestenonderzoek van het NFI van 8 mei 2020 (vide Z 913 PV).
Zijn er schotresten aanwezig op deze jas? Is er op de jas een spreidingspatroon zichtbaar? Zo ja waar is de concentratie het sterkst? Indien mogelijk visualiseren”.
De folies zijn op het NFI nog niet onderworpen aan een onderzoek naar de aanwezigheid van schotresten.”
schieten met de jas aan in de buitenlucht” is toegevoegd, “
en niet in de auto.”
aldeze variabelen uitputtend mee te nemen in de experimenten. De deskundige concludeert dat dit onderzoek een bijdrage kan leveren als de rechter, op basis van de overige stukken in het dossier, van oordeel is dat sprake is van een a priori kansverdeling van 50/50 tussen het scenario dat de verdachte heeft proef geschoten en
niet aanwezigwas in de auto ten tijde van het fatale schot en het scenario dat de verdachte op dat moment
wel aanwezigwas in de auto.
Doekoe moet terug. Jij en [verdachte] hebben een kanker groot probleem. Zorg dat die shit wordt betaald. Regel die kanker shit. We maken geen grappen, zeggen ze letterlijk (pagina 2428 PV). Me dunkt dit is een bedreiging! Ik verwijs ook naar het filmpje. Het is mijns inziens ook te kwalificeren als een poging tot afpersing (artikel 317 Sr Pro). Ik verwijs ook naar de aangifte van deze bedreiging door zus [betrokkene 12] op 3 december 2020 (vide pagina 2578 t/m 2581 PV). Het zou ook nog te kwalificeren zijn als belaging (art. 285b Sr: iemand vrees aanjagen).
Zit je lekker veilig en rustig in je cel; Heb je al gesproken met je zus; Wij wachten nog steeds; Kijk naar de foto; Voor vergiffenis is het nooit te laat.” De bijgaande foto (pag 2577) toont de voordeur van het huis van zijn vrouw [betrokkene 3] . Mijns inziens is evident dat dit een strafbaar feit oplevert jegens mijn cliënt. Subsidiair vind ik deze handelwijze van de politie een inbreuk op de integriteit van mijn cliënt. De inbreuk op zijn integriteit levert mijns inziens strijd met artikel 3 EVRM Pro op.
het zonder rechtsgevolg blijven van vormverzuimen brengt niet alleen het gevaar van toekomstig gebrek aan rechtsdiscipline in de opsporing met zich mee (het preventieargument), maar kan ook leiden tot aantasting van de integriteit en het gezag van de overheid (het integriteitsargument).
het tactisch onderzoek zo goed als gereed is en het PV zo goed als af.” (zie pagina 1 van het PV van de zitting d.d. 8 oktober 2020).
“6. Vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv
eerste deelklachtbevat de klacht dat de verwerping van het verweer dat de onmogelijkheid tot het doen verrichten van het tegenonderzoek in deze zaak in strijd is met een eerlijke procesvoering als bedoeld in art. 6 EVRM Pro, onbegrijpelijk is. Bij de beoordeling van deze klacht is van belang om de achtergrond van het door de verdediging gewenste, maar door teruggave van de auto onmogelijk geworden, ‘tegenonderzoek’ te schetsen.
tweede deelklachtkomt op tegen ’s hofs oordeel dat ten aanzien van de inzet van het aanlopen van de zus van de verdachte en het versturen van een kaart naar de verdachte in zijn cel geen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv. Dit oordeel zou onbegrijpelijk en ontoereikend gemotiveerd zijn en blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. In het bijzonder zou dit (ook) gelden voor de aan dit oordeel ten grondslag liggende beslissingen van het hof dat de opsporingsambtenaren geen strafbare feiten hebben gepleegd jegens de verdachte en zijn zus en dat het aanwenden van de twee bedoelde opsporingsmiddelen voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
metde verdachte en niet om misdrijven
jegensde verdachte.
13. De vorderingen van de benadeelde partijen
Mede gelet op het grote belang dat benadeelde partijen erbij hebben op eeneenvoudige wijze schadeloos gesteld te worden voor de schade die zij door een strafbaar feit hebben geleden, beoogt deze uiteenzetting ook te voorkomen dat de strafrechter vaker dan nodig gebruikmaakt van zijn bevoegdheid een benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat hij vindt dat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.”
De strafrechter moet zich dus realiseren dat de omvang van de door de benadeelde partij geleden schade niet bewezen hoeft te worden. Voldoende is dat de schade aannemelijk is of redelijkerwijs valt te verwachten (toekomstige schade). Verder geldt dat in het geval de omvang van de schade niet nauwkeurig is vast te stellen, de rechter veel vrijheid toekomt bij de vaststelling daarvan.”
bijlage 1aan deze pleitaantekeningen gehecht.
“Vordering benadeelde partijen:
eerste deelklachtwordt aangevoerd dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] in ieder geval voor wat betreft gederfde levensonderhoud een onevenredige belasting van het geding opleveren. Het arrest zou om die reden aan nietigheid lijden.
tweede deelklachthoudt in dat ‘s hofs oordeel dat [benadeelde 1] schokschade heeft geleden onbegrijpelijk is dan wel ontoereikend is gemotiveerd en/of van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan doordat het bij zijn oordeel een grote rol heeft toegekend aan de ‘toedracht van het feit’, namelijk dat de verdachte na de dood van het slachtoffer aan [benadeelde 1] zijn hulp heeft aangeboden, waarmee hij haar om de tuin heeft geleid doordat hij zich voordeed als steun en toeverlaat. De tekst uit de rechtspraak van de Hoge Raad zou onvoldoende aanknopingspunten bieden om te veronderstellen dat ‘toedracht van de onrechtmatige daad’ breder moet worden opgevat dan de wijze waarop en omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit heeft plaatsgevonden.
Beoordeling en beslissing rechter
Inleidende opmerkingen over vergoeding van schok- of shockschade
derde deelklachthoudt in dat het oordeel van het hof, in het kader van de door [benadeelde 3] geleden schokschade, dat de hoogte van het gevorderde bedrag van € 30.000,00 door de verdachte niet is betwist, onbegrijpelijk en/of onjuist is. De stellers van het middel wijzen daarbij op het pleidooi van de verdediging waaruit volgt dat “de verdediging betwijfelt of er sprake is van schokschade bij een kind van 14 maanden, althans betwist dat de schokschade bij een kind van 14 maanden even groot is, althans in dezelfde orde van grootte ligt, als bij een volwassene bij een dergelijke gebeurtenis”. Dat zou een directe betwisting van de hoogte van het gevorderde bedrag zijn.